Aan de slag met de circulaire bouweconomie
16 september 2019
‘Circulariteit zit in de genen van de waterschappen’
7 oktober 2019

Menno Rubbens: ‘Gebouwen die slimmer in elkaar zitten, zullen beter renderen’

Menno Rubbens - Fotografie: Marjolein Vinkenoog

Menno Rubbens: 'Gebouwen die slimmer in elkaar zitten, zullen beter renderen'

Voor Menno Rubbens van architectenbureau cepezed is circulariteit vanzelfsprekend. Toch zou hij meer actie willen zien in de markt. ‘Wij pleiten voor een revolverend fonds dat investeert in circulaire projecten, zodat je kunt experimenteren met termijnen voor hergebruik van 5 of 10 of 30 jaar.’


Door: Siebe Schootstra, 26 september 2019
Is alles wat jullie maken circulair?

Menno Rubbens: 'Voordat je die vraag kunt beantwoorden moet je bepalen wat circulair precies is. Wij streven ernaar om zo hoog mogelijk op de zogeheten R-ladder van circulaire prioriteiten [zie deze infographic, red.] te zitten. Bij circulariteit gaat wat ons betreft veel te vaak over alleen recycling. Dat kan prima zijn, maar recycling staat vrijwel onderaan op de ladder. Je kunt ook nadenken over het optimaliseren van materiaalgebruik. Hoe maak ik een gebouw waarbij ik zo min mogelijk materialen gebruik en zo min mogelijk verspil. Dat is ook economisch aantrekkelijk: vaak is het efficiënter en goedkoper en krijg je meer kwaliteit voor hetzelfde geld.

'Het streven naar zo slim mogelijk materiaalgebruik zorgt ervoor dat gebouwen steeds circulairder worden. Makkelijker te assembleren, te prefabriceren en wat je eenvoudig in elkaar kunt zetten kun je ook weer uit elkaar halen, bijvoorbeeld om opnieuw te gebruiken. Dan zit je met re-use en refurbish in de middenmoot van de ladder. Door circulariteit als uitgangspunt te nemen zorg je dat gebouwen voor de lange toekomst bestaansrecht hebben en hun waarde behouden.

'Wij maken circulaire gebouwen omdat ze efficiënt en slimmer in elkaar zitten, kwalitatief hoogwaardig zijn en minder beslag leggen op toekomstige generaties, door efficiënter materiaalgebruik en ingebouwde flexibiliteit. Dat is altijd al onze drijfveer geweest en nu wordt dat circulair genoemd. Maar wij bouwen al veertig jaar op deze manier.'

Is een circulair gebouw over de levenscyclus gezien goedkoper?

'Je zou denken van wel, maar dat moet je dan wel kunnen aantonen. In principe maak je gebouwen met een betere voorspelbare waarde in de toekomst. Dat is interessant voor opdrachtgevers. Maar niemand kan in de toekomst kijken. Daarom, zorg er nu voor als je een gebouw maakt, dat je in ieder geval zo veel mogelijk elementen van het gebouw op een eenvoudige manier kunt terugwinnen. Een stalen balk kun je recyclen door deze om te smelten. Maar als je deze balk slim vorm geeft, bijhoudt hoe deze belast wordt en er een label aan hangt met alle specificaties, dan kun je die balk één op één hergebruiken.'

Jullie hebben ook een tijdelijk gebouw gemaakt.

'Dat was de opdracht voor de tijdelijke rechtbank in Amsterdam. Eigenlijk is het gebouw permanent en is alleen het gebruik tijdelijk. Wij hebben het zo gedimensioneerd dat het na gebruik als rechtbank ook als een school of een laboratorium kan dienen. Of dat er woningen in kunnen. Bovendien is ook de plaats waar het gebouw nu staat tijdelijk. Het staat daar voor zes jaar, waarna we het demonteren en ergens anders weer gaan opbouwen. We hebben het gebouw geleverd op basis van een restwaarde-berekening, onder de voorwaarde dat wij het gebouw weer mogen meenemen.

'Wat je wilt is dat een project zo waardevol blijkt dat er een tweedehandsmarkt voor gaat ontstaan. Daarmee creëer je waardevastheid; dat is een kenmerk van circulariteit. Bij auto’s zijn de onderdelen los meer waard dan de auto als geheel. Bij de bouw zijn we daar nog lang niet aan toe, een gebouw is als geheel meer waard dan de onderdelen. Daar hoop je over 40 tot 50 jaar wel uit te komen. Maar circulariteit gaat niet alleen over materialen. Een gebouw kan zich aanpassen aan de veranderende maatschappelijke vragen. Neem bijvoorbeeld een grachtenpand van 400 jaar oud, dat is ook circulair. Ooit was het de woning van een koopmansfamilie, nu wonen er studenten en daarvoor was het wellicht een advocatenkantoor, ga zo maar door.'

Wil je circulariteit echt stimuleren, dan moet je gebouweigenaren ervan overtuigen dat het gewoon meer oplevert

Hoe zit het met hergebruik van componenten als je het gebouw verplaatst?

'Dat is een bekend probleem. Als we de rechtbank over een paar jaar gaan verplaatsen heb je kans dat we vanwege veranderde wetgeving bijvoorbeeld het glas moeten vervangen. Maar als het gebouw blijft staan hoeven we er niets aan te doen. Dat is niet logisch en lijkt op het bestraffen van circulaire principes, door gedwongen te worden het materiaal te vernietigen. Extra investeringen doen voor toekomstige regels is ook niet altijd zinnig omdat je niet weet wat er gaat veranderen. Bij de rechtbank hebben we gekozen voor normaal dubbel glas, niet voor triple. De kans is aanwezig dat bij hergebruik van het gebouw alsnog driedubbel is vereist. Daarom hebben we kozijnen gebruikt die al geschikt zijn voor het dikkere glas. Zo hebben we ook een aantal zaken aangepast voor het geval het gebouw later voor woningen wordt gebruikt. Betere geluidsisolatie, bijvoorbeeld, met vloerelementen die geschikt zijn voor de woningbouw.'

De tijdelijke rechtbank is met prijzen beloond, onder andere de Amsterdamse Architectuur Prijs. Ook The Green House in Utrecht is veelvuldig onderscheiden.

'Ook dat is een tijdelijk gebouw, maar dan voor vijftien jaar. Niet alleen het gebouw is circulair, maar ook de exploitatie en dat geeft een extra dimensie. Bij circulariteit is het heel belangrijk dat je allemaal hetzelfde doel hebt. In het traditionele bouwproces zitten tegenstrijdige belangen. Na oplevering is het niet meer de zorg van de leverancier. Bij The Green House is zoveel mogelijk kwaliteit in het gebouw gestopt; hoe beter het gebouw werkt, des te beter dit is voor de exploitatie.'

Wanneer wordt circulariteit de norm?

'Probleem is dat er geen duidelijke definitie is van circulariteit. Voor veel mensen is dat een excuus om dan maar niets te doen. Maar in plaats van het zoeken naar een absolute definitie, wil ik ervoor pleiten om een relatieve vergelijkingsmethode voor circulariteit te hanteren. Je kunt daarmee als opdrachtgever bij een aanbesteding vaststellen of het ene voorstel meer circulair is dan het andere. Het gaat om de relatieve vergelijking; dat is direct toepasbaar.

'Wil je circulariteit echt stimuleren, dan moet je gebouweigenaren ervan overtuigen dat het gewoon meer oplevert. Wij pleiten voor een revolverend fonds dat kan worden opgezet door vooruitstrevende beleggers en dat investeert in circulaire projecten, zodat je kunt experimenteren met termijnen voor hergebruik van 5 of 10 of 30 jaar. Gebouwen die slimmer in elkaar zitten, zullen beter renderen.'

Fotografie: Marjolein Vinkenoog