Ook in 2026 belastingvoordeel voor circulaire investeringen
Ondernemers krijgen ook in 2026 belastingvoordeel als zij investeren in een van de ruim 200 innovatieve en milieuvriendelijke technieken, waaronder enkele rond circulair bouwen, die op de Milieulijst 2026 staan.
Voor 2026 trekt de overheid € 155 miljoen euro uit voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Met het belastingvoordeel van de MIA\Vamil maakt de overheid investeren in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regelingen uit.
Milieulijst 2026
Investeringen waarvoor ondernemers via de MIA\Vamil belastingvoordeel kunnen krijgen, staan op de zogeheten Milieulijst. De Milieulijst krijgt ieder jaar een update. Om op de Milieulijst te komen, moeten de investeringen milieuvriendelijk (boven de wettelijke norm) en innovatief zijn. Voor deze investeringen zijn de investeringskosten voor ondernemers hoger dan het gangbare alternatief in de branche. Het belastingvoordeel van de regelingen MIA en Vamil verkleint dit verschil, zodat deze innovaties makkelijker op de markt komen. Daarmee blijft de Milieulijst aangesloten bij de ontwikkelingen in de markt.
Er zijn wijzigingen in de voorwaarden voor belastingvoordeel op investeringen in:
- gebouwen. Voor alle gebouwen op de Milieulijst geldt dat een vakbekwame EP-U/D adviseur de BENG-berekeningen moet opstellen.
BREEAM- en GPR-gebouwen met industriefunctie. Voor deze gebouwen is het maximale bruto vloeroppervlak waarvoor u belastingvoordeel krijgt, verhoogd van 5.000 vierkante meter bvo naar 7.000 vierkante meter bvo. - circulaire gebouwen en woningen (G 5200 en G 5202). Het belastingvorodeel van MIA richt zich op innovatieve circulaire gebouwstrategieën. Voor strategie 1c (losmaakbaarheid) letten wij op niet-traditionele bouw. Daarom koppelen wij deze eis aan de Losmaakbaarheidsindex (Li). Ook is de MPG-eis voor woningen aangepast: de hoogte van de MPG-eis berekenen wij aan de hand van het gebruiksoppervlak.
- bedrijfsterreinen. Heeft u een MIA-aanvraag gedaan voor een circulair gebouw of circulaire woning? Dan mag u voor de kosten voor het biodivers en klimaatrobuust inrichten van het bijbehorende bedrijfsterrein, een aparte aanvraag indienen. Dit geldt voor de bedrijfsmiddelen in paragraaf 5.1 en 5.3. Voor duurzame gebouwen volgens BREEAM of GPR mag dit niet. Hier blijft gelden dat u voor de terreinkosten geen aparte aanvraag mag indienen.
- vergroenen van bedrijfsterreinen (E 5341). Hiervoor gelden maximale bedragen per vierkante meter.
Meer informatie over de milieulijst en de wijzigingen is te vinden op de site van RVO.












