Over ons

Het in januari 2017 gesloten Grondstoffenakkoord vormt de basis van de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie (vanaf nu: transitieagenda), die voortbouwt op het werk van de SER, gericht op de circulaire economie. De transitieagenda is opgesteld door een transitieteam waarin wetenschap, overheid en bedrijfsleven goed vertegenwoordigd zijn. De beleidsverantwoordelijke opdrachtgevers bij de ministeries van BZK en I&W zorgen voor de samenhang en afstemming met het Rijksbrede programma ‘Nederland circulair in 2050’.


Met het Transitieteam Circulaire Bouweconomie (vanaf nu: transitieteam) aan de knoppen, hebben een uitgebreide inventarisatie van bestaande initiatieven, een aantal werksessies met een brede afspiegeling van de bouwkolom, twee bijeenkomsten van de begeleidingscommissie en een kabinetsreactie geleid tot omzetting van de transitieagenda in een gezamenlijk Uitvoeringsprogramma Circulaire Bouweconomie (vanaf nu: uitvoeringsprogramma). Ter verdere concretisering en verdieping van het nationale uitvoeringsprogramma voor de circulaire economie, wordt in dit uitvoeringsprogramma beschreven hoe marktpartijen, overheden en kennisinstellingen via acties en activiteiten invulling geven aan de circulaire transitie in de bouw.

Organisatie in vogelvlucht

Nadat de transitieagenda was opgesteld door het transitieteam, is met het oog op de daadwerkelijke transitie naar een circulaire bouweconomie in 2050 een organisatie opgetuigd. Er is een begeleidingscommissie opgericht die, met Elphi Nelissen als voorzitter, bestaat uit professionals die op persoonlijke titel vanuit de inhoud en vanuit hun netwerk kunnen reflecteren op de inhoud van het uitvoeringsprogramma. Daarnaast zijn ze in staat om binnen hun eigen netwerk energie en initiatief te genereren. De begeleidingscommissie bestaat deels uit leden van het transitieteam. Ook vertegenwoordigers van de betrokken ministeries maken er deel van uit. Binnen de organisatie is een sleutelrol weggelegd voor het transitiebureau, dat het uitvoeringsprogramma opstelt en jaarlijks actualiseert en de uitvoering ervan aanjaagt en coördineert. Het zorgt voor overzicht van de dagelijkse implementatie van het uitvoeringsprogramma, alsmede voor de afstemming met de ministeries en de Taskforce Bouwagenda (waarover verderop meer). Het transitiebureau ondersteunt de voorzitter van uitvoeringsprogramma, Elphi Nelissen, die tevens lid van de Taskforce Bouwagenda is.

Het transitiebureau betrekt de begeleidingscommissie actief bij het monitoren van de resultaten van het uitvoeringsprogramma. Afwijkingen worden geanalyseerd. Bijsturing van het programma gebeurt in overleg met de ministeries, binnen de met de begeleidingscommissie afgesproken kaders en in samenspraak met de Taskforce Bouwagenda.

Verbreding

In de wetenschap dat alle partners van het Grondstoffenakkoord hebben aangegeven zich voor de uitvoering van álle transitieagenda’s in te willen zetten, vormt verbreding van het uitvoeringsprogramma naar alle andere partijen in de bouwsector het uitgangspunt. Als metafoor voor het proces dat in 2050 tot een circulaire economie moet leiden, gebruikt het transitieteam een bergbeklimming die uit drie etappen bestaat:
• 2018-2023 met als resultaat een compleet ingericht basiskamp.
• 2023-2030 waarin 50 procent van de einddoelstelling is gerealiseerd.
• 2030-2050 waarin het doel - ‘de top’ – wordt bereikt.

Van knel- naar speerpunten

Verscheidene knelpunten staan de ontwikkeling naar circulair bouwen in de weg. Zo is er nog onvoldoende vraag en aanbod, zijn huidige financiers huiverig voor de risico’s van de vereiste innovaties en zijn nieuw beleid en aanpassing van de wet- en regelgeving nodig om barrières weg te nemen en circulariteit te stimuleren. Deze knelpunten zijn in de transitieagenda vertaald naar vier speerpunten, die ook structuur geven aan het uitvoeringsprogramma:
1: marktontwikkeling
2: meten
3: beleid, wet- en regelgeving
4: kennis & bewustwording

Buiten kijf staat dat er al heel veel gebeurt op het gebied van de circulaire bouweconomie. Duidelijk is ook dat een circulaire bouweconomie alleen haalbaar is via innige samenwerking tussen alle betrokken partijen, te weten wetenschap, bedrijfsleven, overheid, werknemers en gebruikers, die daarbij ieder hun verantwoordelijkheid moeten nemen:
1: de wetenschap, door het verrichten van grensverleggend onderzoek op prioritaire gebieden en naar de toepasbaarheid in de praktijk.
2: het bedrijfsleven, door het uitvoeren van praktijkprojecten, van experiment via demonstratie naar marktintroductie van nieuwe producten en diensten voor circulair bouwen, waarbij goede werkomstandigheden worden geborgd in overleg met de werknemers.
3: de overheid heeft twee belangrijke taken: publiek, als wet- en regelgever en via financiële regelingen, waarbij de overheid een aanjager kan zijn met bijvoorbeeld stapsgewijze scherpere regelgeving. En privaat, als belangrijkste opdrachtgever in de GWW en launching customer in zowel de utiliteitsbouw als de GWW, waarbij ze een belangrijke voorbeeldrol vervult.

Relatie tot De Bouwagenda

Omdat de transitieagenda nauw aansluit op de strategie van De Bouwagenda om de bouwsector te versterken en Nederland toekomstbestendig te maken, is afgesproken dat De Bouwagenda het platform zal zijn waar de uit te voeren projecten en acties worden gecoördineerd. De acties en activiteiten zullen daarbij zo concreet mogelijk worden verbonden met de opgaves in de diverse Road Maps van De Bouwagenda. Verantwoordelijk voor het thema circulaire bouweconomie binnen de Taskforce Bouwagenda is Elphi Nelissen die, zoals hierboven al aangegeven, ook voorzitter was van het transitieteam en voorzitter is van de begeleidingscommissie. In die functie zorgt zij ervoor dat de acties in het uitvoeringsprogramma een representatieve afspiegeling vormen van overheid, markt en wetenschap.