Dossier Bouwen met hout

1. Waarom kiezen voor houtbouw?

De bouw is een grootgebruiker van grondstoffen en verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de CO2-emissies in Nederland. Houtbouw komt steeds meer in de belangstelling te staan als een oplossing voor deze grote uitdagingen. Hout is een hernieuwbaar product en tijdens de productie wordt meer CO2 opgeslagen dan uitgestoten. Deze eigenschappen vertalen zich in een gunstige MPG (Milieuprestatie Gebouwen) en MKI (Milieukosten Indicator) score. De MPG en MKI zullen in de toekomst worden aangescherpt en dwingen zodoende de markt om bouwwerken op een duurzame wijze te bouwen met circulaire bouwmaterialen.

Het vervangen van de primaire fossiele mineralen grondstoffen door hernieuwbare en biobased grondstoffen zorgt voor een directe reductie van CO2-uitstoot. Het European Forest Institute heeft hier een zogenaamde substitutiefactor voor uitgerekend. Volgens hun berekening wordt er gemiddeld 1,2 kilogram CO2-uitstoot vermeden voor elke toegepaste kilogram hout in plaats van een conventionele minerale grondstof (Leskinen et al., 2018). Dit betekent dat er een significante hoeveelheid CO2-uitstoot kan worden vermeden wanneer hout grootschalig wordt toegepast in plaats van conventionele en fossiele grondstoffen.

Wat is de relatie met de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie?

In de Transitie agenda circulaire bouweconomie wordt benadrukt dat hoogwaardig hergebruik in alle deelmarkten van de bouw nodig is om circulair te bouwen. Daarnaast is een grote rol weggelegd voor het efficiënter omgaan met materialen en het toepassen van hernieuwbare grondstoffen zoals hout en andere biobased materialen met een lage milieu-impact. De hernieuwbare materialen zullen voor een groot deel aan de vraag voor primaire materialen moeten voldoen, en zodoende het aandeel primaire fossiele materialen die niet uit hergebruik komen verminderen.

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) en Metabolic hebben de huidige materiaalstromen in de bouw en infra in kaart gebracht en een doorkijk gegeven naar de situatie in 2030 en 2050. Uit hun onderzoek blijkt dat het theoretisch maximaal haalbare aanbod van bouwmaterialen uit sloop en hergebruik in de B&U slechts voor 20% kan voorzien in de materiaalvraag. Dit betekent dat er een theoretisch materialentekort in de circulaire bouweconomie is van 80%. Hernieuwbare grondstoffen zoals hout, vezelgewassen en andere biobased materialen zullen deze resterende vraag voor een belangrijk deel moeten gaan vullen.

2. Wat is houtbouw?

Dankzij de ontwikkeling van geengineerde houten producten en zeer nauwkeurige computergestuurde zaagmachines biedt houtbouw erg veel architectonische en constructieve mogelijkheden.

Er zijn verschillende houtbouwsystemen op de markt met een houten draagconstructie. De meest bekende zijn Houtskeletbouw (HSB), Kruislaagshout (CLT) en Modulebouw. In deze systemen is er sprake van industrialisatie en prefabricatie van de houten bouwelementen. Het verschilt in welke hoedanigheid. In modulebouw wordt zowel houtskeletbouw als kruislaagshout toegepast, of een combinatie van beiden. Andere houtbouwproducten zoals Gulam en Laminted Veneer Lumber (LVL) kunnen worden toegepast in aanvulling op houtbouwsystemen.

Soorten houtbouw. houtskeletbouw, CLT en modulebouw

Soorten houtbouw

• Elementen zijn samengesteld uit vurenhouten balken.
• Gangbare toepassing tot 6 bouwlagen.
• Afmeting houten balken tot ca. 5 meter lengte.
• Kunnen dragend en niet-dragend zijn.
• Slanke constructies doordat isolatie tussen de houten balken wordt aangebracht. Daardoor groter verhuurbaar woonoppervlak t.o.v. zware bouwmethoden (beton, kalkzandsteen).
• Combinatie met beplating en isolatie draagt zorg voor warmte-isolatie, geluidsisolatie en brandwerendheid.

Momenteel is het meest gebruikte houtbouwsysteem houtskeletbouw. Dit systeem wordt vooral in Noord-Amerika en Noord-Europa al erg veel toegepast. Dankzij de ruimtes tussen de balken kunnen isolatiematerialen en installaties makkelijk worden aangebracht en kan een slanke en lichte constructie worden behouden. Er is hier echter wel wat meer aandacht nodig voor geluidsisolatie.

Over het algemeen zijn de elementen samengesteld uit vurenhouten stijlen, regels, balken of sporen met een lengte tot ca. 5 m. In combinatie met sterke massiefhout-producten zoals Laminated Veneer Lumber (LVL) en glulam kunnen grote overspanningen worden gehaald.

Met de gangbare toepassingen van houtskeletbouw kunnen er tot zes bouwlagen worden gebouwd. Voor meer dan zes verdiepingen is een combinatie met massiefhout-producten zoals CLT nodig.

Houtskeletbouw is uitermate geschikt voor modulair bouwen dankzij het lichte gewicht van de constructie, het praktische integreren van de ruimte tussen de balken en de mogelijkheden van prefabricage.
• Constructieve elementen, die zijn samengesteld uit drie of meer lagen kruislings verlijmde lamellen.
• Geproduceerde panelen tot ca. 30 meter lang, 3 meter breed en 500 millimeter dik.
• Sterke, stabiele en stijve elementen, waardoor grotere overspanningen mogelijk zijn tot 30 meter.
• Aan de binnenzijde is hout in het zicht of afgewerkt met een gipsplaat.
• Buitenste lamellen liggen in de lengterichting van paneel.
• Aanvullende opbouw t.b.v. warmte-isolatie, geluidisolatie en brandwerendheid.

CLT staat voor Cross Laminated Timber en is een van de meest toegepaste massiefhout-producten. CLT is een constructief element en is samengesteld uit drie of meer lagen kruislings verlijmde lamellen uit naaldhout. Door deze structuur krijgt het product veel massa, vandaar dat het ‘massieve’ houtbouw wordt genoemd. Het zijn sterke, stabiele en stijve elementen, waardoor grotere overspanningen mogelijk zijn. De elementen kunnen tot een halve meter dik worden gemaakt met een breedte van maximaal 3 meter en lengte van maximaal 20 meter.

CLT wordt dan ook veel gebruikt voor dragende vloeren, daken of wanden. Dankzij de massieve structuur van kruislaagshout is het een stuk stabieler systeem dan houtskeletbouw. Ook zorgt het volume voor een aanzienlijk isolerend vermogen.

Doordat de elementen, inclusief gleuven en voorbereidingen, in de fabriek worden geprefabriceerd kunnen ze op de bouwplaats heel snel en efficiënt worden gemonteerd. De grote panelen staan ook toe dat deuren, ramen en openingen voor elektra en installaties in de elementen worden geprefabriceerd.
• De gelamineerde balken bestaan uit meerdere dunne fineerlagen met een dikte van enkele millimeters.
• De grenen-, vuren- en dennenfineerlagen kunnen parallel en kruislings verlijmd zijn.
• Met LVL-elementen voor vloeren en daken kunnen grote overspanningen (tot circa 20 meter) worden gerealiseerd.

Laminated Veneer Lumber of LVL bestaat uit verschillende op elkaar gelijmde lagen grenen-, vuren- of dennenfineer. Deze fineerlagen ontstaan door een ontschorste stam te schillen in groten vellen van maximaal 6 millimeter dikte. Afhankelijk van de vorm en formaat van het LVL-product worden de lagen in de lengterichting of kruislings op elkaar bevestigd.

LVL is een zeer sterk en stabiel massiefhout-product. Het is twee keer zo sterk als gezaagd hout van dezelfde soort en is ook sterker dan andere producten zoals glulam. Met LVL-elementen kunnen grote overspanningen tot circa 20 meter worden gerealiseerd.

Zoals gezegd kan LVL goed gebruikt worden in combinatie met andere houtbouwsystemen en massiefhout-producten. LVL en andere variaties zoals ,Parallel Strand Lumber (PSL) en Laminated Strand Lumber >(SLS) worden tot nu toe nog voornamelijk in Europa gebruikt en nemen snel in populariteit toe.
• Glulam is een samenvoeging van glue-laminated.
• De gelamineerde balken bestaan uit houten lamellen die parallel (dus niet kruislings) zijn verlijmd.
• Vooral gebruikt voor gelamineerde houten spanten tot wel 30 meter overspanning. • Kan gecombineerd worden met HSB of CLT.

Van alle massiefhouten-producten was Glue Laminated Timber (glulam) het eerste op de markt. Glulam bestaat uit verschillende naaldhouten balken die met vingerlassen in elkaar zijn gelijmd. Een vingerlas is een houtverbinding waarbij de uiteindes van twee balken als vingers in elkaar steken. In combinatie met lijm in de verbinding kunnen er lange en stevige balken van worden gemaakt. In Europa wordt er gebruikt gemaakt van hout uit grenen, vuren, dennen en lariksbomen. De houten balken worden gesorteerd op sterkte voordat ze worden verbonden. Dankzij deze techniek kunnen erg grote balken worden gemaakt en glulam wordt daarom ook meestal ingezet voor draagconstructies met lange overspanningen tot wel 30 meter.

3. Voor wie is houtbouw relevant?

Bouwen met hout is relevant voor iedereen. Het verduurzamen van de bouwsector is niet alleen een belangrijke ontwikkeling voor de sector zelf, de voordelen ervan worden immers voornamelijk gevoeld in de samenleving, nu en voor toekomstige generaties. Naast de CO2-reducties kunnen de bewoners en gebruikers van houten gebouwen ook profiteren van het gezonde binnenklimaat waar hout aan bijdraagt. Dit maakt het ook relevant voor bedrijven die hun werknemers van een productieve werkomgeving willen voorzien. Voor de houtbouwketen van bos tot bouw is het een belangrijke ontwikkeling om de verwerkingscapaciteit op te kunnen schalen en ook bouwers zien steeds meer de voordelen van houtbouw. Met name binnen de woningbouwopgaven en de huidige problematiek omtrent stikstofdeposities wordt houtbouw steeds vaker gekozen als oplossing.

4. Wat zijn de eigenschappen van hout als bouwmateriaal?

Welke kenmerken heeft hout als het gaat om constructies, brandveiligheid, isolatie en binnenklimaat? 

• Houtbouwsystemen kunnen goed voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit.
• Massiefhout is een efficiënt bouwmateriaal dankzij het lichte gewicht, de sterkte en de stijfheid.
• HSB is constructief mogelijk tot 6 bouwlagen, CLT kan ook toegepast worden voor hoogbouw.

• Verschillende voorbeelden van houten hoogbouw bestaan, waarbij soms ook hybride constructies worden toegepast.
• Door het lichte gewicht van hout is er minder zware fundering nodig, ook hergebruik en optoppen is goed mogelijk.

Massiefhout-systemen kunnen eenvoudig voldoen aan de eisen van het huidige bouwbesluit, sterker nog ze kunnen deze eisen zelfs overtreffen. De sterkte en stijfheid van de massiefhout-systemen in combinatie met het lichte gewicht maakt hout structureel gezien een zeer efficiënt bouwmateriaal.

Met houtmassiefbouw kunnen ook grote overspanningen worden behaald. Vloeroverspanningen van 5 meter zijn regulier bij HSB en CLT maar met LVL kan dit verder worden uitgebreid, eventueel in combinatie met staal of beton.

Constructief gezien is houtskeletbouw toe te passen tot circa zes bouwlagen. Kruislaagshout (CLT) is toepasbaar in grondgebonden woningen, gestapelde laagbouw en hoogbouw. Hoogbouw (meer dan 10 bouwlagen) is mogelijk met massiefhout, hierbij wordt echter wel vaak gebruik gemaakt van een exoskelet (glulam) in combinatie met CLT voor de stabiliteit en zijwaartse belastingen.
Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de Noorse gebouwen Treet en Mjostartnet, respectievelijk 14 en 18 verdiepingen hoog. Het Mjostartnet-gebouw is momenteel het hoogste houten gebouw ter wereld met 85,4 meter.

Hout is ook erg goed toepasbaar in hybride hoogbouw. Voorbeelden hiervan zijn Hoho Wien in Wenen, waar beton-houten combinaties zijn toegepast tot een hoogte van 84 meter, en Haut in Amsterdam, met een betonnen kern en CLT-vloeren en gevels tot 73 meter. Omdat hout een licht materiaal is kan er doorgaans met minder zware funderingen worden gewerkt. Afhankelijk van de bodemtypen kan er gekozen worden om bijvoorbeeld funderingspalen achterwege te laten. Ook is het mogelijk bestaande funderingen te hergebruiken bij herbouw en ook het optoppen van bestaande bouw met hout is een vaak toepasbare optie.
• Hout heeft een voorspelbaar brandgedrag.
• Rekenregels kunnen worden toegepast voor brandveiligheidseisen.
• Hout verkoolt aan de buitenkant zonder dat er vervorming ontstaat aan de binnenkant.
• Brandveiligheidseisen kunnen worden gehaald met extra gipsplaten.
• CLT kan ook door middel van over-dimensioneren aan de brandveiligheidseisen voldoen.

Houtskeletbouw en kruislaagshout moeten net als andere bouwsystemen voldoen aan de regelgeving op het gebied van brandveiligheid. Binnen de brandveiligheidseisen heeft hout het voordeel dat het brandgedrag van dit materiaal heel goed bekend en daarom voorspelbaar is. Dit staat toe dat de brandveiligheid van houtbouw erg goed kan worden bepaald op basis van rekenregels.

Centraal in het brandgedrag van hout is het gegeven dat hout verkoolt aan de buitenkant zonder dat er vervorming plaatsvind aan de binnenkant.

Om aan de brandveiligheidseisen te voldoen kan er voor HSB gebruik worden gemaakt van een combinatie van frame, isolatie en gipsplaten. Bij CLT kan worden voldaan aan de brandveiligheidseisen door het plaatsen van gipsplaten of door het over-dimensioneren van de houten elementen. Aan de hand van de rekenregels kan er zodanig worden over-gedimensioneerd dat de kern van de houten elementen onaangetast blijft en de constructieve eigenschappen worden beschermd.
• Houtbouw voldoet net als traditionele bouwmethodes aan thermische en geluidsisolatie-eisen.
• Bij HSB vergen de onderbrekingen extra aandacht.
• Hout heeft op zichzelf een goede isolerende werking in vergelijking met andere constructiematerialen.
• Biobased bouwmaterialen zijn uitermate geschikt in combinatie met houtbouw, voornamelijk HSB.
• Houten gebouwen hebben minder massa en reageren daarom sneller op temperatuurveranderingen.

Houtbouwprojecten hebben laten zien dat ze goed kunnen voldoen aan de geluidsisolatie- en thermische eisen van het Bouwbesluit. Met hout kan worden voldaan aan de BENG-eisen en ook nul-op-de-meter woningen zijn in hout te realiseren. Door het zogenaamd ‘opdikken’ van hout met extra isolatie zijn hoge isolatiewaarden te realiseren.

In het geval van HSB wordt er tussen de houten balken isolatiemateriaal toegepast. De onderbrekingen in de isolatielijnen in HSB zorgen voor een ongunstig effect, dit moet meegenomen worden in de bepaling van de warmteweerstand (Rc-waarde). Voordelig is dat hout op zichzelf een goede isolerende werking heeft in vergelijking met andere constructiematerialen. Houtbouw is ook geschikt om toe te passen in combinatie met biobased isolatiematerialen met een lagere CO2-uitstoot dan de traditionele isolatiematerialen.

Biobased isolatiematerialen zoals cellulose-, vlas-, vezelhennep- en houtvezelplaten zijn goed te combineren met zowel houtskeletbouw als kruislaagshout.

Het lichte gewicht van houten bouwsystemen is een voordeel met betrekking tot warmteaccumulatie. Omdat er minder thermische massa is reageren ruimten sneller op temperatuursveranderingen. Hierdoor kan een gebouw sneller afkoelen dan traditionele steenachtige gebouwen (de zogeheten faseverschuiving). Voordeel hiervan is dat minder verwarming en koeling nodig is, en minder installaties maken houtbouw een interessante businesscase. Bij zoninstraling in de zomer kunnen overdag temperaturen oplopen, het is daarom belangrijk om aan de TOjuli-eis te voldoen.
• Houtbouw kan bijdragen aan een gezonder binnenklimaat en gezondheidsklachten verminderen.
• Hout heeft een stres verlagende werking.

Het ervaren van gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, allergie, verkoudheid, droge ogen, keel en huid zijn soms te verklaren door het sick building syndroom. Om te voorkomen dat deze klachten zich voordoen is het belangrijk dat het betreffende binnenklimaat goed en regelmatig wordt geventileerd, de luchtvochtigheid en temperatuur goed is gereguleerd en er voldoende natuurlijk licht aanwezig is. Ondanks dat veel mensen het overgrote deel van hun tijd binnenshuis of in een kantoor doorbrengen is dit lang niet altijd goed geregeld.

Het toepassen van hout kan een grote bijdrage leveren aan het verbeteren van het binnenklimaat in de woon- en werkomgeving. Het materiaal heeft een natuurlijke regulerende werking. Ook de psychologische impact van de aanwezigheid van hout in een gebouw draagt hier aan bij. Hout heeft een stressverlagende impact en draagt bij aan de ervaring van een prettige werk- of woonomgeving. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd in onder andere kantoren, ziekenhuizen, scholen en andere gebouwen.

5. Wat zijn toepassingen van houtbouw?

Hout is uitermate geschikt als bouwmateriaal voor industrieel en conceptueel bouwen. Het prefabriceren van bouwdelen en modules wordt gezien als een grote opschalingskans voor houtbouw. Dankzij de industrialisering, robotisering en standaardisering kan de productiecapaciteit worden verhoogd en kunnen faalkosten worden teruggebracht.

Houten bouwdelen kunnen door geavanceerde bewerkingsmachines precies op maat worden gemaakt op basis van informatie uit digitale ontwerpen. Deze hoge mate van precisie zorgt er ook voor dat er minder materiaal wordt gebruikt en aanzienlijk minder bouwafval achter blijft.

Geprefabriceerde elementen dienen alleen nog maar te worden gemonteerd op de bouwplaats, dit resulteert in een significant kortere bouwtijd. In vergelijking met traditionele bouwmethodes is de bouwtijd van geprefabriceerde elementen zelfs twee keer zo kort. Dit levert een groot voordeel voor de opdrachtgever maar het is ook fijn voor omwonenden die aanzienlijk minder last hebben van de bouwactiviteiten en het aantal trasportbewegingen van en naar de bouwplaats.

Omdat grotendeels van het werk in een fabriekshal wordt uitgevoerd en er minder transportbewegingen nodig zijn wordt er aanzienlijk minder stikstof uitgestoten rond de bouwplaats. Ook het lichte gewicht van hout is een voordeel ten opzichte van traditionele materialen. Dit staat namelijk toe dat minder en minder zware machines ingezet kunnen worden op de bouwplaats. Een elektrische hijskraan stoot bijvoorbeeld helemaal geen stikstof uit maar heeft minder vermogen en is daarom dus vooral geschikt voor minder zware elementen. Het toepassen van industrieel en conceptueel houtbouwen staat dus in de meesten gevallen ook toe dat er zonder problemen in de buurt van natuurgebieden gebouwd kan worden.

In de afgelopen jaren zijn er diverse grootschalige seriematige modulaire woningbouw projecten gerealiseerd, door grote bouwers (Dura Vermeer, BAM, Heijmans, Van Wijnen, Plegt Vos, TBIO Woonlab, Lister, De Groot Vroomshoop, TBI), module-aanbieders (Finch, Barli, Ecoplusbouw) en startups (Startblock, Treetek, Sustainer, Fletts, Bouwnovum). Ook in de Utiliteitsbouw (Ecostyle, Prorail, Havep, Biosintrum, Swettehus, Klein Amsterdam, EPOS, Floriade Paviljoen, diverse scholen) en in de GWW worden steeds meer houtbouwconstructies toegepast.
• Hout is erg geschikt voor adaptief en losmaakbaar bouwen waardoor hergebruik goed mogelijk is.
• Dankzij flexibiliteit van losmaakbare gebouwdelen kunnen functie-eisen makkelijk worden aangepast.

De droge houtverbindingen die worden toegepast om houten bouwdelen met elkaar te verbinden zorgen ervoor dat de onderdelen snel en efficiënt kunnen worden gemonteerd en gedemonteerd. Vaak zijn de verbindingen al in de fabriek aangebracht zodat er alleen montage nodig is op de bouwplaats. Een groot voordeel van het toepassen van droge verbindingen is dat bouwdelen relatief gemakkelijk kunnen worden gedemonteerd. Dit maakte het mogelijk dat gebouwen flexibel indeelbaar kunnen worden gemaakt en daardoor meerdere functies kunnen vervullen in de gehele levensduur van het gebouw. Ook staat dit toe dat tijdelijke gebouwen kunnen worden gedemonteerd en opnieuw worden gemonteerd op een nieuwe locatie. De gedemonteerde elementen kunnen ook nog verder worden teruggebracht tot op materiaalniveau wat vervolgens kan worden gebruikt om een nieuw element te maken, mits de kwaliteit nog voldoende is. Houtbouw is daarom ook erg geschikt voor hoogwaardig hergebruik en dus als circulair bouwmateriaal.

6. Waarom is houtbouw duurzaam en circulair?

• Toegepast hout in Nederland wordt voor 94% geïmporteerd, waarvan 90% uit Europa.
• Van het geïmporteerde hout is ongeveer 90% gecertificeerd door voornamelijk PEFC en FSC.
• Gecertificeerd hout door FSC en PEFC komt uit bossen die duurzaam zijn beheerd.
• Een van de duurzaamheidsprincipes is dat er niet meer wordt geoogst dan dat er bijgroeit.
• Gecertificeerd tropisch hardhout wordt uit beschermde regenwouden op een verantwoorde wijze geoogst.
• Certificerende partijen beschermen de bossen waar hout uit wordt geoogst. Door gecertificeerd hout toe te passen draagt men bij aan het beschermen van bossen wereldwijd.

Het bouwhout in Nederland wordt voor 94% geïmporteerd, waarvan 90% uit Europa. De duurzaam beheerde productiebossen in Europa hebben meer dan genoeg hout beschikbaar om aan de groeiende vraag te voldoen. Van al het toegepaste hout in Nederland is meer dan 90% gecertificeerd. Deze bossen worden beheerd volgens de duurzaamheidsstandaarden van onder andere de PEFC en FSC certificaten. Bij het toekennen van de certificaten voor duurzaam bosbeheer wordt er goed gekeken naar de totale houtoogst ten opzichte van de totale bijgroei. Door te garanderen dat de totale bijgroei groter is dan de totale houtoogst worden de bossen beschermd en kunnen ze groeien. Dankzij dit principe zal er altijd genoeg bos beschikbaar blijven en is hout als grondstof hernieuwbaar, circulair en duurzaam.

Tropische regenwouden die te maken hebben met ontbossing kunnen door certificering worden beschermd. De opbrengsten van het gecertificeerde tropisch hardhout kunnen worden gebruikt om meer bos op te nemen onder de bescherming van de certificerende partijen. Door gecertificeerd hout te kopen kunnen dus meer bossen worden beschermd en beheerd onder duurzame principes. Het is dan ook een misvatting dat hout van tropische afkomst per definitie bijdraagt aan ontbossing.
• Hout is een natuurlijke materiaal dat CO2 voor een lange tijd kan opslaan, tot het wordt afgebroken.
• In 1 kuub hout wordt grofweg 1 ton CO2 opgeslagen als biogeen materiaal.
• Hoe langer hout hoogwaardig wordt ingezet en dus niet verwerkt, hoe langer de CO2 uit de atmosfeer wordt onttrokken.
• Toegepast hout is grofweg 60 tot 80 jaar na de oogst weer teruggegroeid. Met een eerste levensduur van 80 jaar (in een gebouw) is hout dus volledig circulair. Een tweede of zelfs derde leven van hout (hergebruik) kan dus de opslag van CO2 aanzienlijk verlengen ten opzichte van één complete regeneratieve cyclus).

Tijdens de gehele levensduur van een boom wordt CO2 opgeslagen door middel van fotosynthese. Wanneer een boom volwassen is bestaat het grootste deel van de massa uit CO2 opgeslagen in het hout van de stam. Wanneer een volwassen boom wordt geoogst blijven blad en takken achter als compost-laag voor de diverse nieuwe bomen en planten die in de ondergroei opkomen. De stam wordt vervolgens getransporteerd naar een zagerij in de buurt van het bos. Door het verwerkte hout uit de zagerij hoogwaardig in te zetten, in bijvoorbeeld de bouw, kan de CO2 voor een lange tijd in het materiaal worden opgeslagen. In één kuub hout zit gr eg 1 ton (biogene) CO2 opgeslagen.

Het bouwhout toegepast in gebouwen kan na einde gebruikersduur worden gedemonteerd en het materiaal kan vervolgens nogmaals worden ingezet voor een tweede leven en wellicht zelfs een derde leven. Dankzij deze cascadering van het materiaal kan de opgeslagen CO2 vele jaren worden onttrokken uit de atmosfeer. Het produceren van hout vergt naast natuurlijke energie van de zon dus alleen energie tijdens het zagen, drogen en transporteren naar de afnemer. Omdat hout grotendeels bestaat uit de CO2 die in de boom tijdens de groei is opgeslagen heeft hout een erg lage (netto) CO2 uitstoot tijdens de productie. Dit komt meestal neer op een negatieve waarde, er is dan dus meer CO2 opgeslagen dan uitgestoten tijdens de productie.

Er zijn verschillende nieuwe rekenmethodes ontwikkeld om de CO2 opslag in bouwmaterialen te berekenen. In de kamerbrief van 23 december 2022 over de beleidsagenda normeren en stimuleren circulair bouwen wordt het onderzoeksrapport van SGS Search specifiek benoemd als een van deze berekeningsmethodieken. Ook in de Carbon Based Design onderzoeksrapporten van het Transitieteam Circulaire Bouweconomie en CITYFÖRSTER worden rekenmethodes voor CO2 opslag in bouwmaterialen toegelicht en wordt de aanbeveling gedaan deze mee te nemen in de milieuprestatie van gebouwen (MPG).

7.  Wat zijn voorbeelden van houtbouw?

De Nationale Houtbouwprijs is een initiatief van Het Houtblad dat in 2021 met de eerste editie kwam. De Nationale Houtbouwprijs heeft als doel om het bouwen met hout in Nederland te stimuleren. Een vakjury beoordeeld de ingediende projecten en kunnen vijf prijzen uitreiken:
• categorie: Zakelijke houtbouw
• categorie: Particuliere houtbouw
• categorie: Seriematige houtbouw
• Overall juryprijs: het beste houtbouwproject van Nederland volgens de jury
• Publieksprijs: het beste houtbouwproject van Nederland volgens het aantal stemmen op de website.


Tijdens de Nationale Houtbouwprijs 2022 zijn er de vijf bovenstaande prijzen wederom toe gekend aan spraakmakende houtbouw projecten. De winnaars van de Nationale Houtbouwprijs 2022 zijn, het nieuwe bedrijfspand van HAVEP door Arcon in de categorie zakelijke houtbouw en winnaar van de publieksprijs, M’DAM door Finch Buildings in samenwerking met De Groot Vroomshoop in de categorie seriematige houtbouw, Huis Lichtenberg ontworpen door 9graden architectuur in de categorie particuliere houtbouw en tot slot werd de overall houtbouwprijs toegekend aan HAUT ontworpen door Team V architectuur.


Meer voorbeelden zijn onder andere te vinden in het inspiratieboek Woningbouw in hout.

8. Wie zijn de belangrijkste spelers in de houtbouw keten?

De houtbouw keten begint in de gecertificeerde bossen. Zoals hierboven al uitvoerig is besproken komt het grootste deel van het hout uit de Europese gecertificeerde productiebossen. Het voornaamste deel hiervan valt onder het PEFC en het FSC certificaat. Het meeste hout dat in Nederland wordt gebruikt komt uit Scandinavië, Duitsland en België.

De zagerijen die de geoogste stammen verwerken tot planken en balken bevinden zich vaak vlak bij de bossen. Het transport van de ronde stammen is minder efficiënt dan het gezaagde hout dus de transportafstanden in dit deel van de keten zijn vaak kort. Met de opkomst van geengineerde houten producten zijn er ook steeds vaker fabrieken te vinden die het gezaagde hout verwerken tot massieve gelamineerde panelen met veel constructieve mogelijkheden. Een groot deel van de geengineerde houten producten die in Nederland veelal worden gebruikt, zoals kruislaagshout, komen uit fabrieken die in Oostenrijk staan.

Deze houten elementen zijn door de hoge dichtheid en praktische maatvoering vaak efficiënt te transporteren en worden daarom ook vaak vanuit deze fabrieken door heel Europa vervoerd. In Nederland worden de massieve houten elementen verder verwerkt tot bouwelementen en volledige modules in verschillende assemblagehallen. Vervolgens kunnen ze naar de bouwplaats waar ze gemakkelijk kunnen worden geplaatst en gemonteerd.

Bronnen
• De Houtbouw Revolutie, Pablo van der Lugt & Atto Harsta (Material District)
• Rapportage Woningbouw van Hout, Centrum Hout (RVO/Transitieteam Circulaire Bouweconomie)
• 12 Infobladen: Kennisdeling - Houtbouwsystemen.
• Palacios Temprano, J. F., Eichholtz, P. & Kok, N. (2019): Inside Buildings: Environment, Health and Performance, scriptie, Maastricht University
• Timber and healthy buildings: indoor air quality
• Timber Structures - Well-being in buildings: Is wood good for your health?
• Whitepaper1-meer-hout-meer-gezondheid.pdf.pdf (houtnatuurlijkvannu.nl)
• EIB Materiaalstromen in de bouw en infra (circulairebouweconomie.nl)
• 1821700-01-Transitie-Agenda-Circulaire-Bouweconomie.pdf (circulairebouweconomie.nl)
• Pekka Leskinen, Giuseppe Cardellini, Sara González-García, Elias Hurmekoski, Roger Sathre, Jyri Seppälä, Carolyn Smyth, Tobias Stern and Pieter Johannes Verkerk. 2018. Substitution effects of wood-based products in climate change mitigation. From Science to Policy 7. European Forest Institute. https://doi.org/10.36333/fs07
• Carbon Accounting for Building Materials (lbpsight.nl)
• https://probos.nl/images/pdf/rapporten/hoogwaardig-houtgebruik.pdf

Dit dossier is voor het laatst bijgewerkt in april 2023.