
Werkconferentie Circulair en Toekomstbestendig Bouwen: van ambitie naar uitvoering
17 februari 2026Nieuw rapport brengt materiaalstromen en milieubelasting in de bouw en infra scherper in beeld
Nieuw rapport brengt materiaalstromen en milieubelasting in de bouw en infra scherper in beeld
Het rapport ‘Materiaalstromen en milieubelasting in de bouw en infra’ biedt een belangrijke basis voor beleidsmakers en bouwprofessionals die werken aan een circulaire en klimaatneutrale bouwsector. De studie van het Economisch Instituut voor de Bouw en Structural Collective toont urgentie en kansen voor transitie naar een circulair bouweconomie.
Door verschillende databronnen te combineren, hebben de onderzoekers (EIB en Structural Collective) de bouwproductie, materiaalstromen, milieukostenindicator (MKI) en CO₂-emissies voor zowel de Burger en Utiliteitsbouw (B&U) als de grond-, weg- en waterbouw (GWW) in kaart gebracht voor het jaar 2023.
Het is de derde keer dat dit grootschalige onderzoek is gedaan. Daarbij is het belangrijk om te leren van het verleden en om een inschatting te maken van de impact van toekomstige ontwikkelingen. Juist door nu al te kijken naar 2030 en 2050, kan met het rapport in de hand een inschatting worden gemaakt wat bijdraagt aan de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire sector.
Vincent Gruis, voorzitter transitieteam circulaire bouweconomie: ‘Dit rapport toont zowel de complexiteit van verduurzaming in onze sector, als de urgentie. Het blijft daarom ontzettend belangrijk dat onze werkgroepen, koplopers en peloton helpen in de transitie en het opschalen van initiatieven voor circulair bouwen. Door continu in gesprek te zijn met onze achterban werken we samen aan o.a. praktische handvatten, handige eindproducten, handelingsperspectieven en laten we zien hoe inzichten, gefundeerde keuzes of kleine veranderingen grote impact hebben op gebruik, hergebruik of zelfs geen gebruik van beschikbare grondstoffen en materialen.’
Een aantal inzichten:
- Het onderzoek toont aan dat in theoretische potentie in 2023 ongeveer 40% van de gevraagde materialen in de bouw op te vangen is door vrijkomend materiaal uit sloop en herstel en verbouw of renovatie, exclusief ophoogzand, grond en klei. Dit aandeel wordt richting 2050 groter door afnemende productiecijfers.
- In 2050 kan in theoretische potentie in bijna 70% van het gevraagde materiaal worden voorzien door vrijkomend materiaal. Voor de GWW geldt dat in theoretische potentie in 75% van de vraag naar asfalt kan worden voorzien door vrijgekomen materiaal in 2023.
- Verder valt de milieubelasting van ondergrondse infrastructuur op. Door met name de uitrol van glasvezelkabels en de verzwaring van het elektriciteitsnet neemt de ondergrondse infrastructuur bijna 25% van de totale milieubelasting van de GWW voor haar rekening.
- Voor de B&U geldt dat de verduurzamingsopgave een aanzienlijke milieubelasting met zich meebrengt, met name door de aanleg en vervanging van zonnepanelen en warmtepompen.
- De milieubelasting van de bouwsector in 2023 uitgedrukt in MKI bedraagt bijna € 2,3 miljard. De verwachting is dat door renovatie- en vervangingsactiviteiten van zonnepanelen en warmtepompen in 2040 de MKI eerst zakt om vervolgens richting 2050 weer toe te nemen tot ongeveer € 1,8 miljard.
In 2050 kan in theoretische potentie in bijna 70% van het gevraagde materiaal worden voorzien door vrijkomend materiaal

Vlnr: Ivan Thung (Structural Collective), Job Papineau Salm (Structural Collective), Heleen Pinkse (Rijkswaterstaat), Allard Lambers (Ministerie IenW), Vincent Gruis (Voorzitter Transitie Team Circulaire Bouweconomie), Esther 't Hoen (Ministerie van VRO), Jelger Arnoldussen (EIB), Menno Brouwer (RVO)
Allard Lambers, beleidsmedewerker circulair en biobased bouwen bij Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: ‘De afgelopen jaren hebben we ervaren dat het vorige onderzoek een belangrijk naslagwerk vormt. Het is goed dat we inzicht hebben in de materiaalstromen op basis van recente data. Daarbij geeft het onderzoek ons inzichten waarop we beleidskeuzes kunnen bepalen. Ook bij vragen uit en debatten in de Kamer is gebleken dat het materiaalstromenonderzoek een belangrijke databron is. Mede daardoor richten wij ons nu bijvoorbeeld binnen het lopende wetsvoorstel ‘milieuprestatie-eisen GWW’ op specifieke materiaalstromen waarvan uit het onderzoek blijkt dat deze de grootste milieu-impact hebben.’
Datakwaliteit en databeschikbaarheid
De beschikbaarheid en kwaliteit van de gebruikte data is een aandachtspunt. Vooral in de GWW-sector lopen databronnen, zoals de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en profielen in DuboCalc, achter op de praktijk. Veranderingen in productkaarten in de Nationale Milieudatabase (NMD) leiden bovendien soms tot sterke schommelingen in MKI-waarden. Voor de B&U-sector zijn de gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) beter bruikbaar, maar ook daar blijft verbetering wenselijk.
Aanbevelingen voor beleid en vervolgonderzoek
De onderzoekers doen diverse aanbevelingen. Zo vragen ze aandacht voor:
- Betere datakwaliteit, vooral vanuit gemeentelijke en provinciale registraties.
- Meer inzicht in materiaalkringlopen, door te kijken naar netto- in plaats van bruto-stromen.
- Praktijkonderzoek naar levensduur en ingrepen bij onderhoud en renovatie van infrastructuur om beter te kunnen sturen op vervanging en verduurzaming.
- Aandacht voor techniekgerelateerde emissies en milieu-effecten, bijvoorbeeld door uitbreiding van het elektriciteitsnet en elektrische installaties, en op termijn vervanging daarvan.
De ondergrondse infrastructuur is bijna 25% van de totale milieubelasting van de GWW
Daarnaast pleiten de onderzoekers voor nadere studie naar materiaalimport en -export, omdat dit de daadwerkelijke balans tussen vraag, aanbod en milieueffecten aanzienlijk kan beïnvloeden.
‘Het rapport biedt enorm veel informatie over volumes, CO2-emissies en milieubelasting in de bouw op verschillende niveaus. De resultaten bieden dan ook aangrijpingspunten om effecten van beleid in beeld te brengen in de tijd, bijvoorbeeld op het niveau van assets, materialen of opdrachtgevers. Het rapport is daarmee een onmisbare bron van informatie voor iedereen die zich bezighoudt met de circulaire bouw’, aldus Jelger Arnoldussen, onderzoeker bij Economisch Instituut voor de Bouw.
Nieuwe inzichten in materiaalgebruik en emissies
Ten opzichte van het vorige onderzoek uit 2022 (met 2019 als referentiejaar), zijn in deze studie belangrijke uitbreidingen doorgevoerd. Zo zijn nieuwe categorieën toegevoegd. Denk aan ondergrondse infrastructuur zoals warmtenetten, damwanden en telecom- en elektriciteitskabels. Door scopeverbreding en methodologische aanpassingen zijn ook de uitgangspunten veranderd. Hoewel niet alle cijfers tussen 2019 en 2023 zijn te vergelijken, biedt de studie relevante aanknopingspunten voor beleidsmakers en aanzet tot nadere analyses of specifiek vervolgonderzoek.
Over het onderzoek
Het onderzoek is tot stand gekomen in een samenwerking van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) en Structural Collective, in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Rijkswaterstaat (RWS).
Het volledige onderzoek ‘Materiaalstromen en milieubelasting in de bouw en infra’ is hieronder te vinden. ⤵️




