‘Circulaire economie is voor waterschappen ook kwestie van verlicht eigenbelang’
15 april 2019
Samen bouwen aan een circulair viaduct
16 april 2019

Dankzij Biosintrum klopt het hart van de biobased economy in Ooststellingwerf

Dankzij Biosintrum klopt het hart van de biobased economy in Ooststellingwerf

In het zuidoosten van Friesland, is Ooststellingwerf een van de grootste plattelandsgemeenten van Nederland. Teneinde de gestage bevolkingskrimp een halt toe te roepen en de economie een nieuwe impuls te geven, besloot het gemeentebestuur de ‘biobased economy’ te omarmen. Kloppend hart is sinds eind vorig jaar het Biosintrum, een kenniscentrum dat voor 80 procent uit biobased materialen bestaat en daarmee een van de meest duurzame en innovatieve gebouwen van Europa is.


Categorie: Achtergrond
Door: redactie, 15 april 2019

Het Biosintrum is het paradepaardje van een zeventien hectare groot ecologisch bedrijventerrein Ecomunitypark in Oosterwolde, dat niet los kan worden gezien van de gemeentelijke beleidsvisie Biobased Economy die rond 2015 in dialoog met het bedrijfsleven en het onderwijs tot stand kwam. 'Het is een van de vijftig concrete projecten op het gebied van agro & food, de bouw en recreatie/toerisme die uit de visie zijn voortgevloeid,' blikt projectmanager Bart Sieben terug. 'Het energieneutrale gebouw is 1.000 m2 groot en bevat onder andere een congreszaal, een laboratorium, kantoren, studieplekken, vergaderruimtes, een collegezaal en flexwerkplekken waar de vijf participerende onderwijsinstellingen en tientallen bedrijven van gebruik kunnen maken.'

Martijn van Gameren van Paul de Ruiter Architects tekende voor het ontwerp van het Y-vormige Biosintrum. Dat de ontwerpfase ruim één jaar duurde, kwam volgens Sieben door de circulaire ambities. 'Het gebouw moest zoveel mogelijk uit biologische materialen bestaan, maar die bleken soms niet beschikbaar of nog niet aan wettelijke eisen op het gebied van welzijn en veiligheid te voldoen.'

Goede uitvraag
De initiatiefnemers gaven echter niet op en Sieben is tevreden over het resultaat, dat voor 80 procent uit biobased materialen bestaat. 'Zo zijn de houten spanten van Nederlandse lariksbomen gemaakt, wordt de vloerbedekking gevormd door marmoleum van cacaoschillen, bestaan de dekvloeren uit gerecycled olifantsgras en betonpuingranulaat, zijn de stopcontacten van maïs en is er denim van oude spijkerbroeken verwerkt in de wanden.' De eerste paal van het Biosintrum werd op 1 december 2017 geslagen en de officiële opening zal op een nog nader te bepalen datum in februari of maart plaatsvinden. Terugblikkend stelt Sieben dat zo’n circulair bouwproject alleen mogelijk is als de opdrachtgever risico’s durf te nemen en als het bouwproces anders wordt ingericht. 'Dat begint met een goede uitvraag. Niet zo van "doe maar wat duurzaams" maar minutieus formuleren wat je onder biobased verstaat. Een materiaal kan honderd procent biologisch zijn, als je het uit China moet importeren kun je vraagtekens plaatsen bij de duurzaamheid.'
Nederlandse Bouwprijs

Voor de bouw selecteerde de gemeente als ‘launching customer’ lokale aannemers, die zich verenigden in consortium ‘Natuurlijk Bouwen bv’. Sieben: 'We zijn al in de planfase met elkaar om tafel gegaan, om samen te sparren over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het ontwerp en de voorgestelde materialen. Het is belangrijk dat de aannemers ook ideeën aandragen en hun mening geven. Ze hebben er zelf ook in geïnvesteerd, bijvoorbeeld door de certificaten te halen die nodig waren om met gecertificeerd hout te mogen werken. Het project heeft ze veel kennis opgeleverd over deze nieuwe manier van bouwen. En natuurlijk ook veel publiciteit, want daar hebben we niet over te klagen gehad.'

De media-aandacht zal voorlopig niet afnemen, want het Biosintrum heft onlangs in de categorie Gebouwen de Nederlandse Bouwprijs gewonnen. De jury van de prijs die begin februari is uitgereikt, spreekt van ‘een voorbeeldproject van een integrale aanpak van biobased materialen, circulair bouwen waar bovendien de totale groene inpassing in het ontwerp is meegenomen. Het project bevestigt dat de toepassing van biobased materialen geen science fiction maar realiteit is. Het gebouw staat model voor de verdere ontwikkeling van het Ecomunitypark’. Fimke Hijlkema, wethouder duurzaamheid van de gemeente Ooststellingwerf, is trots op de prijs. 'Als de blikvanger van het duurzame beleid van Ooststellingwerf, krijgt het Biosintrum met deze prijs een gouden randje. Het zijn investeringen in de economie van morgen, die we samen doen met bedrijven, organisaties en kennisinstellingen. De prijs is een geweldig mooie erkenning voor de architect, de bouwers, de gemeente en alle andere betrokkenen. Het is eens te meer de bevestiging dat hier iets heel bijzonders en unieks is neergezet.'

'Een materiaal kan 100% biologisch zijn, als je het uit China moet importeren kun je vraagtekens plaatsen bij de duurzaamheid’

Indrukwekkende diversiteit

Daar is Sieben het roerend mee eens. 'De clustering van organisaties en bedrijven die actief zijn op het gebied van de biobased economy werpt vruchten af. De diversiteit van alle activiteiten is indrukwekkend. Zo is er een bedrijf dat wilde bloemen- en kruidenmengsels ontwikkelt die voor biodiversiteit zorgen en weinig onderhoud vergen, zodat ze aantrekkelijk zijn voor gemeentelijke groenvoorzieningen. In het kader van het project Proef Lokaal wordt gezocht naar antwoorden op de vraag hoe de primaire processen (inkoop, bereiding, verkoop) van restaurants zo kunnen worden ingericht dat het aantrekkelijker wordt om gebruik te maken van streekproducten. En als dé expert op het gebied van bodemgezondheid in Nederland, verzamelt, ontwikkelt en verspreidt het Kenniscentrum Bodem innovaties op het gebied van duurzaam bodembeheer.'

Koffiebekers van rioolslib

Sieben noemt een bedrijf dat koffiebekers van rioolslib maakt als voorbeeld van ‘innovaties die bijna per definitie botsen met de bestaande wet- en regelgeving’. 'In dit geval trekt de Voedsel- en Warenautoriteit aan de bel. Natuurlijk is het ook goed dat er wetgeving is die waarborgt dat nieuwe toepassingen van rioolslib geen gevaar vormen voor de volksgezondheid. Maar het is ook goed dat een gemeente als Ooststellingwerf een actieve rol wil spelen bij de transitie naar de circulaire economie, door innovatieve ondernemers te ondersteunen en door samen te kijken wat er kan worden gedaan aan wetgeving die is achterhaald door nieuwe, duurzame ontwikkelingen en technieken.'