
Viaduct of rotonde?
20 oktober 2025Renovatie De Nederlandsche Bank: verankerd en open
Renovatie De Nederlandsche Bank: verankerd en open
Nieuwbouw of renoveren? Weggaan of blijven? Dat was de grote vraag waar De Nederlandsche Bank in 2015 voor stond.
Iedere Nederlander kent het iconische kantoorgebouw van De Nederlandsche Bank (DNB) in Amsterdam. Bij economische calamiteiten rukken de tv-reportagewagens uit naar het Frederiksplein om het commentaar van de DNB-directeur op te tekenen, steevast vergezeld door shots van de hoge rechthoekige toren van zestien verdiepingen, die tussen 1991 en 2021 werd geflankeerd door een ronde spiegelende toren.
Het 67.000 vierkante meter tellende gebouw van architect Marius Duintjer stamt uit 1968 en was net zoals zoveel panden uit die bouwperiode op een gegeven moment technisch ‘op’. Dat was aanleiding voor DNB, dat het pand in eigendom heeft, om de vastgoedstrategie te herzien en scenario’s voor sloop/nieuwbouw of renovatie te onderzoeken. In 2017 koos DNB ervoor de omvangrijke nationale goud- en geldvoorraad, die in de kluizen lag opgeslagen, om veiligheidsredenen te verplaatsen naar een bunker elders in het land. Een belangrijke overweging bij de keuze voor renovatie was in 2018 het motto van de Rijksoverheid: ‘Geen nieuwbouw, tenzij’.

De Nederlandsche Bank na de renovatie

Maaike van Leuken
Divisiedirecteur Bedrijfsvoering Maaike van Leuken kreeg de opdracht om de vernieuwing van de huisvesting te gaan realiseren en was een warm voorstander van renovatie boven sloop en nieuwbouw. Zij werd daarin bijgestaan door onder andere bestuurlijk programmasecretaris Eva Hermans*. ‘In de uitwerking van het huisvestingsplan zijn we gaan nadenken over de betekenis van dit pand in de omgeving’, vertelt Van Leuken. ‘We wilden nadrukkelijk de relatie tot de omgeving meewegen, en niet alleen vanuit onszelf redeneren. We zijn als het ware boven het gebouw gaan hangen en we kwamen tot het inzicht dat het gebouw helemaal verankerd is op die plek. Letterlijk vanwege de enorme betonnen funderingen en kluizen. Maar ook omdat het op eigen grond staat, en omdat DNB al meer dan tweehonderd jaar in Amsterdam, het financiële centrum van Nederland, is gevestigd.’
Sinds 1965 is dat op het Frederiksplein waar, tot het in 1929 afbrandde, het Paleis voor Volksvlijt stond. Een legendarisch gebouw waarin arts, ondernemer en weldoener Samuel Sarphati cultuur, wetenschap, nijverheid en economie bij elkaar wilde brengen. Een verbinding tussen micro-economie en macro-economie. ‘Dat gedachtegoed past bij wat DNB anno nu wil zijn, als instituut dat staat voor duurzame welvaart. Het Frederiksplein is dus een belangrijke plek, waar in overdrachtelijke zin een groot gat zou ontstaan als je dit gebouw zou slopen. Daarbij kwam dat de gemeente Amsterdam DNB als grote werkgever graag in de binnenstad wilde houden’, aldus Van Leuken. DNB besloot zoveel mogelijk recht te doen aan het oorspronkelijke ontwerp van architect Duintjer en waar mogelijk een impuls te geven aan hergebruik en circulariteit.
Arbeidsmarkt
Uiteraard werden in de besluitvorming ook functionele wensen meegewogen om de 2300 medewerkers op een eigentijdse manier te huisvesten. De tijd dat elke medewerker in een eigen kamertje zat is voorbij. Niet alleen vanwege de bijbehorende hoge huisvestingskosten, maar ook omdat bijvoorbeeld it-teams een andere, agile manier van werken hebben en daarom graag als team bij elkaar zitten.
Van Leuken: ‘We moeten in een krappe arbeidsmarkt goede mensen aan ons zien te binden. Daarbij zijn locatie en uitstraling belangrijk. De nieuwe generatie wil niet meer naar een anoniem pand op een afgelegen bedrijventerrein komen. Daarbij komt dat lang niet iedereen altijd op kantoor is nu het thuiswerken, zeker sinds de corona-periode, een vlucht heeft genomen. Medewerkers wonen in het hele land. Als ze naar kantoor komen, worden er hogere eisen aan ontmoetingsruimtes gesteld. Niet alleen qua beleving, maar ook qua cyberveiligheid. Dat geldt net zo goed voor internationale vergaderingen met bijvoorbeeld de ECB of het IMF, die vanwege fysieke- en informatieveiligheid veel meer dan vroeger intern worden georganiseerd in plaats van in een evenementenlocatie. Het kantoor heeft zo een nieuwe betekenis gekregen, onder meer als plek waar sociale cohesie wordt bevorderd.’

Het atrium van De Nederlandsche Bank
Ook de missie van DNB om duurzame welvaart te bevorderen speelde een belangrijke rol in de uitwerking van de plannen, voegt Hermans toe. ‘Bij alle besluiten hebben we afgewogen in hoeverre ze bij de missie van de bank passen, vanuit de gedachte ‘practice what you preach’. We wilden dus zelf ook laten zien dat we aan duurzaamheid werken.’
Transparantie
Historie, context, missie en gewijzigde omstandigheden speelden dus een grote rol in de besluitvorming over het pand. Ook de reputatie van het instituut was een factor die werd meegewogen.
De samenleving had in de jaren daarvoor te maken gehad met de kredietcrisis, waarin de bankensector een negatieve hoofdrol speelde en DNB niet ongehavend uit de strijd kwam. Openheid en transparantie werden daarom sleutelwoorden in het beleid van de bank om het vertrouwen bij burgers, financiële instellingen, politiek en andere belanghebbenden te herstellen. Vertrouwen van al deze partijen in de centrale bank is immers cruciaal voor het financiële systeem.
Tijdens de uitwerking van de huisvestingsplannen merkten Van Leuken en Hermans op dat de uitstraling van het gebouw vanwege de veiligheidsmaatregelen niet onderdeed voor die van een gevangenis. De begane grond was allesbehalve transparant en open. Van Leuken: ‘Je moet als organisatie aantonen dat je bent wie je wilt zijn. Klopt datgene wat doet en laat zien met je cultuur en taken? Bij DNB was er een discongruentie tussen de gewenste openheid en het feitelijke gebouw. Toen het goud en geld nog bij DNB lagen opgeslagen, was het onmogelijk het pand toegankelijker te maken voor gasten en publiek. Wij betoogden daarom dat de renovatie het moment was om de uitstraling van het gebouw ook een manier te laten zijn om het vertrouwen te versterken. En een uitgelezen mogelijkheid om als instituut de brug te slaan naar de samenleving en publiek gebied toe te voegen aan de stad’
Renovatie
Een aantal sporen kwam zo bij elkaar: de historische verankering van het instituut op deze plek in de gebouwde omgeving, de wens tot openheid en transparantie, de nieuwe eisen aan de kantoorhuisvesting, bijdragen aan duurzame en gezonde werkomgeving en stad en toevoegen publiek gebied. En juist omdat de goud- en geldvoorraad verplaatst zou worden, en bijbehorende beveiliging dus ook, bood het gebouw nieuwe mogelijkheden. Na een aanbesteding ging DNB met architect Francine Houben van bureau Mecanoo in zee.
Het oorspronkelijke ontwerp van Marius Duintjer was destijds baanbrekend vanwege de minimalistische lijnen, het ingetogen materiaalgebruik en de transparantie. Maar in de loop der jaren was dat open karakter geweld aangedaan door allerhande verbouwingen.
In de planvorming werd daarom besloten om Duintjers ontwerp in oude luister te herstellen.
De begane grond bestaat nu weer volledig uit glazen gevels, de dubbele verdiepingshoogte van de oude Kashal is hersteld en de originele gevelcompositie met de herkenbare bruine tegels is behouden gebleven. Ook werd besloten dat de in 1991 bijgebouwde ronde toren, alias de Satelliet, niet meer nodig was. Daardoor werd de vrije zichtlijn tussen de Utrechtsestraat en de Pijp hersteld.

De Nederlandsche Bank vanaf de Amstel gezien
Circulariteit
Van Leuken: ‘Met de ontmanteling van de Satelliet werd het begrip circulariteit opeens concreet. Wat zou het doen in de beeldvorming als je een gebouw al dertig jaar na oplevering zou slopen? Past dat bij de missie van de bank? We besloten om het een tweede leven te geven en zochten partijen die het konden ontmantelen, opslaan en elders herbouwen.’
Herbouw op de beoogde locatie in Amsterdam-Noord bij een zorginstelling ging uiteindelijk niet door omdat een bestemmingsplanwijziging niet rondkwam. Nu krijgt de Satelliet een tweede leven op de Pier in Scheveningen. Van Leuken: ‘Dat het gebouw niet in Amsterdam-Noord kon worden geplaatst was een teleurstelling. Nu moet het materiaal lang worden opgeslagen en over langere afstand worden vervoerd. Dat is kostbaar. Ik pleit daarom voor een verruiming van bestemmingsplannen om circulair bouwen op meer plekken mogelijk te maken.’
Hermans vult aan: ‘Bij dit project zijn we tegen alle problemen aangelopen die je kunt tegenkomen bij circulair bouwen. Van logistiek en opslag tot kwaliteitsinspectie, materiaalkennis en verzekerbaarheid. We kregen een heel concreet beeld van wat opschaling van circulair bouwen zo moeilijk maakt. Kort gezegd: arbeid is duur, er wordt meerdere malen btw betaald over de materialen en er bestaat geen financiële waarde voor hergebruik van materiaal en dus minder grondstofverbruik. Daardoor is het toepassen van nieuwe materialen vaak goedkoper en minder complex dan hergebruik.’
Feiten en cijfers
- MKI na renovatie: 1.312.604.
- MPG na renovatie: 0,392.
- CO2-uitstoot na renovatie: 98 (kgCO2-eq/m2BVO).
- Met de keuze voor renovatie in plaats van nieuwbouw is 70.000 ton aan bouwmaterialen bespaard.
- De milieu-impact is 50% lager dan bij de bouw van een volledig nieuw gebouw.
- Het nieuwe kantoor is gerenoveerd volgens de BREEAM Outstanding duurzaamheidsnorm.
- Het energieverbruik en CO2-uitstoot in het vernieuwde kantoor zijn 80% minder dan in het oude kantoor vóór de renovatie.
- Voor de aanleg van de kade is beton gebruikt dat vrijkwam tijdens de renovatie. Dit is met CO2 geïnjecteerd waardoor CO2-neutraal beton ontstaat.
- Een ander deel van het beton is hergebruikt voor sociale woningen in Amsterdam.
- De keien die rondom het gebouw lagen, komen terug als klim-en klauterobjecten in een sportpark aan de oostkant van Amsterdam.
- Kantoormeubelen zijn hergebruikt, het regenwater wordt opgevangen en het hout van oude en zieke populieren uit Amsterdam is verwerkt tot plafondlamellen.
Van Leuken: ‘De kostenberekening van circulair bouwen is lastig. We hebben gebruik gemaakt van de tools van Platform CB23, maar konden de waarde die we aan het pand hebben toegevoegd hiermee niet goed aantonen. Dat betreft onder meer vergroening, toevoeging van biodiversiteit en nieuwe verblijfsplekken in de stad en reductie van hittestress. Dit is lastig aan te tonen of te kwantificeren. Er zijn andere waarderingsparadigma’s nodig. Wel zijn we ervan overtuigd dat sloop en nieuwbouw veel duurder was uitgepakt, al was het maar vanwege de stijgende grondstoffenprijzen. We hebben met de renovatie 70.000 ton bouwafval bespaard en 50 procent minder milieu-impact. Dat toont de meerwaarde ook aan’
Ondanks alles opende de situatie rond de toren de ogen van het projectteam voor circulariteit als leidend principe bij de renovatie. Van Leuken: ‘Er ging een wereld voor ons open. Houten vloeren, beton, meubels – alles wat nog goed was werd hergebruikt.’ (Zie kader, red.)
Het gebouw is verder ontworpen om maximaal gebruik te maken van duurzame energiebronnen, energiebesparing en energiezuinige installaties. Er is een warmte-koudeopslag en er liggen overal waar mogelijk zonnepanelen en sedumdaken.
In het renovatieontwerp was ook veel aandacht voor de toevoeging van groen. In totaal werd er 4.270 vierkante meter aan tuinen aangelegd in en op het gebouw, waaronder een binnentuin, inclusief groente- en kruidentuin, waar medewerkers en gasten tijdens kantooruren kunnen wandelen, overleggen en lunchen. En op de plaats waar de Satelliet stond is een grote stadstuin aangelegd die voor iedereen toegankelijk is.
Toegankelijkheid
Door de renovatie zijn de deuren bij DNB geopend en is toegankelijkheid daarom misschien wel de meest in het oog springende verandering die het gebouw heeft ondergaan. Zo worden in De Nieuwe Schatkamer op de begane grond en in de voormalige goudkluis scholieren, studenten en andere belangstellenden ontvangen voor presentaties, rondleidingen, tentoonstellingen en debatten. Van Leuken: ‘We staan open voor de omgeving, we willen kennis delen en kennis binnenhalen. We gaan graag het debat aan met de samenleving.’
*Noot: Eva Hermans heeft inmiddels een functie buiten De Nederlandsche Bank aanvaard.
Werkgroep ‘vraag anders, bouw beter’
Wat wil de Werkgroep ‘vraag anders, bouw beter’ bereiken?
De werkgroep richt zich op het stimuleren van het toepassen van de 3 R-strategieën van narrow the loop ‘refuse, rethink, reduce’ in de bouwsector. Onze visie is dat door op het juiste moment de juiste vragen te stellen, we soms bouw of delen daarvan kunnen voorkomen. Doordat iets niet (meer) nodig is, of de behoefte op een andere manier kan worden ingevuld. En dat we daarmee een flinke circulaire winst kunnen boeken.





