
Renovatie De Nederlandsche Bank: verankerd en open
13 februari 2026Van pilot naar praktijk: hoe Utrecht een circulair gebouw leerde bouwen
Van pilot naar praktijk: hoe Utrecht een circulair gebouw leerde bouwen
Een gebouw ontwerpen terwijl je nog niet weet van welke materialen het gemaakt wordt en een aannemer selecteren zonder definitief ontwerp. Het Upcyclecentrum in Utrecht begon niet als een traditioneel bouwproject, maar als een zoektocht naar de praktijk van circulair bouwen. Deel 1 van een serie over de lessen die daarbij zijn geleerd. Over het ontstaan van het project en de eerste stappen.

Desiree van de Ven
De oorsprong van het Upcycle-project ligt in het Actieplan Circulaire stad. De gemeente Utrecht wilde leren en experimenteren met nieuwe vormen van hergebruik en circulair bouwen. Rond dezelfde tijd werkte Rijkswaterstaat aan een landelijk netwerk van circulaire ambachtscentra, en Utrecht is daarop aangehaakt, vertelt Desirée van de Ven, Transitieregisseur Circulair bij de gemeente Utrecht.
Netwerk
Adviseur Bas Grol van Buiten Organisatieadvies werd ingeschakeld door de gemeente Utrecht om te schrijven aan het eerste plan voor het centrum. De gemeenteraad vroeg te onderzoeken of bestaande afvalscheidingsstations konden worden omgevormd tot circulaire ambachtscentra. Maar al snel bleek dat geen logische route. ‘Die afvalscheidingsstations waren nog helemaal niet afgeschreven,’ zegt Grol. ‘Dan is het vreemd om alles te vervangen.’

Bas Grol
De kernvisie achter het Upcyclecentrum is een breuk met de traditionele, conservatieve aanpak van afvalscheidingsstations, die vaak primair gericht zijn op kostenefficiënte afvoer van materiaalstromen. In plaats daarvan streeft het Upcyclecentrum naar maximaal waardebehoud door regie te voeren op grondstof-stromen in de regio. Het doel is niet om simpelweg meer afval te scheiden, maar om een netwerk te bouwen tussen partners, zoals kringlooporganisaties (De ARM, Emmaus), sociale werkbedrijven (Wij 3.0) en makers (Buurman Utrecht) die samen materialen een hoogwaardig nieuw leven geven. Een specifiek speerpunt hierbij is het sluiten van de lokale houtketen, aangezien hout een van de grootste reststromen op de afvalscheidingsstations is. Opvallend genoeg verliep de samenwerking tussen al die verschillende partijen relatief soepel. ‘Eigenlijk was iedereen meteen enthousiast,’ zegt Grol. ‘Juist omdat het begon als samenwerking en niet meteen om enorme investeringen draaide.’
Afleveringen in deze serie:
- Het idee, de partners en de aannemersselectie
- Materiaalgedreven ontwerpen
- Vergunningen
- Bouw
- Resultaten en opschaling
De zoektocht naar een plek voor dit project leidde naar de Vlampijpstraat in het Werkspoorkwartier. Een logische plek voor een gebouw, volgens Van de Ven: ‘We zitten hier op een locatie waar het Hof van Cartesius al met circulaire materialen is gebouwd. Het is een circulaire hotspot, lokaal maar ook landelijk.' De omgeving fungeerde niet alleen als decor, maar ook als inspiratiebron en bewijs dat bouwen met ‘afval’ esthetisch hoogwaardig kon zijn.
'Geef zelf het goede voorbeeld' werd vervolgens het uitgangspunt voor het gebouw; het moest zo circulair mogelijk worden. 'Dit gebouw is gerealiseerd met het doel om als gemeente te leren en te laten zien hoe je dat moet doen', vertelt Grol. 'Het goede voorbeeld stellen dus. We vonden het extra mooi dat je werkt aan hergebruik in een gebouw dat zelf ook bestaat uit hergebruikt materiaal.'
De omgeving fungeerde niet alleen als decor, maar ook als bewijs dat bouwen met ‘afval’ esthetisch hoogwaardig kon zijn.
De projectcoördinatie lag niet bij de afdeling Vastgoed van de gemeente, maar bij Team Circulair. 'Wij wilden ook echt zelf eens een keer ervaren hoe het is om als opdrachtgever circulair te bouwen. Nou, dat hebben we geleerd nu', zegt Van de Ven. 'Het tweede gebouw wordt nu voorbereid en dat wordt wel vanuit de afdeling Vastgoed gecoördineerd. Dus alles wat we hiervan hebben geleerd, kunnen we daar meteen toepassen.'
Voor de bouw van twee Upcyclecentra en een project om inwoners en organisaties te activeren was aanvankelijk twee miljoen euro gereserveerd door de gemeente Utrecht. Maar dat bleek niet genoeg. ‘De partijen waarmee we werkten hadden zelf nauwelijks investeringsruimte,’ zegt Van de Ven. Daarom werd een Europese subsidie aangevraagd via Kansen voor West. Met succes. Het programma groeide daardoor uit tot een investering van 3,6 miljoen euro.
Selectie aannemer
Cruciaal was de selectie van een bouwer. Er lag wel een schets van architect Sietse van der Spuij van Urbanizer Architecten, maar het plan was nog niet tot in detail uitgewerkt. Juist daarom koos de gemeente voor een ongebruikelijke selectieprocedure samen met de projectpartners en gebruikers van het gebouw. Voorafgaand aan de aanbesteding werden vier aannemers uitgenodigd voor gesprekken, nog voordat zij een plan of prijs indienden. De gesprekken leken meer op een marktconsultatie dan op een klassieke aanbesteding. ‘We zochten niet alleen naar aanbod, maar vooral naar de partij zelf,’ zegt Grol. ‘Welke ambitie hebben ze? Willen ze dit écht?’ Via een Meervoudig Onderhandse Aanbesteding zijn uiteindelijk vier partijen uitgenodigd een plan van aanpak en offerte in te dienen.
De verschillen waren groot. Sommige partijen benaderden het als een reguliere bouwopdracht. Een van de aannemers haakte zelfs af omdat hij geen realistische prijs kon geven binnen het beschikbare budget. ‘Dat gaf ook wel aan dat we iets bijzonders deden,’ zegt Van de Ven.
Anderen zagen het als een kans om de bouwsector te verduurzamen. Dat laatste gaf uiteindelijk de doorslag. J.P. van Eesteren won de aanbesteding. ‘Het totaalplaatje klopte,’ zegt Grol. ‘Ervaring, professionaliteit en het meeste waar voor ons geld.’ Hoewel de initiële prijsopgaven van de aannemers laag waren – gebaseerd op de aanname dat het om een simpele, niet-geïsoleerde loods zou gaan – toonde deze partij de bereidheid om samen te leren. Tim van Dijk, projectorganisator van J.P. van Eesteren, bevestigt dat: ‘Om zo'n project gedaan te hebben en ervaringen daarin op te doen, is zeer waardevol om weer opnieuw toe te passen’.
Tijdens de sleuteloverdracht vertelde Van Eesteren dat het bedrijf zijn eigen circulaire ambities fors had aangescherpt. ‘Ze zeiden: wij gaan richting honderd procent circulair in 2032,’ vertelt Van de Ven. ‘Dan zie je dat zo’n pilot echt beweging veroorzaakt.'

Het Upcyclecentrum in aanbouw
Het fundamentele verschil met reguliere bouwprojecten zat in de volgorde van werken. In traditionele bouw ligt eerst het ontwerp vast en worden daarna materialen besteld. Bij circulair bouwen werkt dat vaak precies andersom. Een van de belangrijkste, organisatorische keuzes was daarom de bouwteamovereenkomst. Daarbij werken opdrachtgever, architect en aannemer vanaf een vroeg stadium intensief samen aan ontwerp én uitvoering. Voor de gemeente Utrecht was dat nieuw. ‘We hadden dat eigenlijk nog maar weinig gedaan,’ zegt Van de Ven. ‘Maar we zagen dat er enorm veel flexibiliteit nodig zou zijn.’
Die flexibiliteit bleek inderdaad essentieel. Materialen veranderden, ontwerpen moesten worden aangepast en vergunningen opnieuw aangevraagd. Wekelijks werd er gezamenlijk overlegd. Toch bracht die aanpak ook spanning met zich mee. Want hoe spreek je een vaste prijs af voor een gebouw waarvan nog niet bekend is hoe het eruit gaat zien? ‘We hadden echt geluk dat de aannemer dit zelf ook wilde,’ zegt Grol. ‘Ga er maar aan staan: een vaste prijs afspreken voor iets waarvan je nog niet weet wat je gaat bouwen.’ Volgens Van de Ven draaide het project uiteindelijk sterk op intrinsieke motivatie. Niet alleen bij de gemeente, maar ook bij architect, projectleider en bouwer.
- Binnen de bouwteamovereenkomst werden specifieke, financiële afspraken gemaakt om de risico's van hergebruikte materialen te beheersen:
Taakstellend budget: er werd een maximaal budget afgesproken waarbinnen het team moest blijven. - Open boekhouding: er werd gewerkt met een transparante materialenlijst met twee kolommen: 'wat kost het nieuw?' En 'waarvoor hebben we het (gebruikt) gekocht?'
Betrokkenen, zoals extern projectmanager Willem Zaat en Tim van Dijk van J.P. van Eesteren geven aan dat alle partijen eigenlijk vanaf het begin in het bouwteam moeten zitten, nog voordat tekeningen worden gemaakt en vergunning worden aangevraagd, juist omdat een dergelijk project met zoveel onzekerheden is omgeven.
Bouwen als leerproces
Het project maakte duidelijk dat circulair bouwen voorlopig nog arbeidsintensiever is dan traditionele bouw. Niet per se vanwege dure materialen, maar vooral vanwege tijd, onderzoek en afstemming. Materialen moeten worden opgeslagen, gecontroleerd en opnieuw bewerkt. Constructies vragen extra berekeningen. Ontwerpen veranderen voortdurend. Bouwvakkers stonden weer zelf hout te zagen en in te meten en dat is iets wat in de reguliere bouw steeds minder voorkomt. ‘Die mensen vonden dat fantastisch,’ zegt Van de Ven. ‘Ze zeiden: eindelijk zijn we weer bezig met echt vakwerk.’
Achteraf overheerst het gevoel dat het project vooral kennis heeft opgeleverd. Niet alleen voor Utrecht, maar voor een bredere beweging richting circulair bouwen. Of zoals Grol het samenvat: ‘Je moet dit niet doen omdat het goedkoper is. Je moet het doen omdat je wilt leren hoe het anders kan.’
De lessen uit de startfase van Upcycle
- Kies partners op motivatie, niet alleen op prijs
Intrinsieke motivatie bleek cruciaal. Circulair bouwen vraagt flexibiliteit, samenwerking en lef. - Marktconsultatie voorkomt verkeerde verwachtingen
De gesprekken met aannemers hielpen om ambities, budget en haalbaarheid vroegtijdig te toetsen. - Een bouwteamovereenkomst werkt goed bij onzekerheid
Door opdrachtgever, architect en aannemer vroeg samen te laten werken, konden ontwerp en uitvoering voortdurend worden aangepast. - Pilots versnellen cultuurverandering
Niet alleen de gemeente, maar ook aannemers, architecten en bouwers veranderen door praktijkervaring hun werkwijze en ambities.




