Welke grondstoffen uit het riool leveren het meeste op?
15 oktober 2019
Wolkenkrabber
Esther Gerritsen over circulaire installaties: ‘Begin met eenvoudige componenten’
15 november 2019

‘Al in aanbesteding waarde toekennen aan circulariteit’

Gerrit-Jan van der Pol

‘Al in aanbesteding waarde toekennen aan circulariteit’

Directeur Gerrit-Jan van de Pol van GMB Beheer, aannemer in de waterbouwsector, heeft hard gewerkt om het begrip circulariteit concreet te maken voor de eigen business. ‘Vroeger vonden we het al heel wat als je een weg opbrak en het puin gebruikte voor een fundering.’


Categorie: Achtergrond Interviews
Door: Siebe Schootstra, 14 november 2019
Wat doet GMB?

Gerrit-Jan van de Pol: ‘De rode draad in onze activiteiten is waterkwaliteit en waterveiligheid. We bouwen drinkwaterpompstations, behandelen het slib dat daarbij vrijkomt, renoveren riolering, bouwen gemalen en maken persleidingen naar de waterzuivering en daarbij doen we ook al het onderhoud. En we bouwen bijvoorbeeld dijken, kades en zeeweringen.

‘Mijn grootvader is het bedrijf begonnen als Aannemingsbedrijf Midden-Betuwe. Later werd dat Groep Midden-Betuwe en weer later is dat veranderd in de afkorting GMB. We hebben een focus op alles wat met water te maken heeft, tot de Rotterdamse haven aan toe en de laatste jaren ook windmolenfundaties.’ De daken van de vestigingen van GMB BioEnergie in Zutphen en Tiel liggen vol met zonnepanelen.

Welke rol speelt duurzaamheid voor GMB?
‘Plannen voor die zonnepanelen hadden we jaren geleden al, maar vorig jaar zijn we groot gaan investeren. Als volgend jaar de daken van al onze panden vol liggen, komen we aan acht megawatt geïnstalleerd vermogen. Het gaat om zo’n vier hectare, dat zijn zo’n 25 duizend panelen. De daken van onze bio-energiefabrieken zijn groot, en komen helemaal vol te liggen. Volgend jaar komen daar ook de daken van de kantoren bij.

‘Daarnaast maken we biogas. We hebben een installatie voor de vergisting van slib uit industriële waterzuiveringen. Wij zamelen dat in en vergisten dat in de BIR, de biologische industriële reststoffenverwerking. Zo werken we ook aan het verduurzamen van het wagenpark; een deel van de vrachtauto’s rijdt op biogas. Het wagenpark gaan we stapsgewijs vernieuwen met elektrische auto’s. We willen dat binnen vijf jaar de helft van de leasevloot elektrisch is.

‘Voor het machinepark werken we met hybride graafmachines. Deze zijn uitgerust met een elektromotor en wekken elektriciteit op van alle rembewegingen, zoals de neergaande beweging en het om de as draaien van de machine. Daar zit een businessmodel in, vanwege de besparing op brandstoffen. Ook kijken we continu naar het modernste materiaal, dat steeds zuiniger wordt. Ook qua stikstof; alles wat we nu aanschaffen heeft nog maar een kwart van de stikstof-uitstoot ten opzichte van vijf jaar geleden.

‘Bij GMB werken we aan een veilige en schonere wereld. Duurzaamheid is daarbij een belangrijk aspect. Water is al een duurzaamheidsthema op zich. Waterzuivering is nodig om het oppervlaktewater schoon te houden en dijken hebben alles te maken met klimaat. In onze aanpak kijken we verder dan dat. We kijken wat relevant is voor onze opdrachtgevers, maar ook wat van belang is voor ons bedrijf. Maatschappelijk verantwoord ondernemen vinden wij belangrijk, dus ook hoe je omgaat met de medemens, dat is onderdeel van onze identiteit, dat staat ook in onze missie.’

Een pijler van duurzaamheid is circulariteit. Welke rol kan GMB innemen in een circulaire economie?

‘We hebben processen waar we zelf invloed op hebben en dat zijn onze fabrieken voor bio-energie. We zijn al heel lang bezig met het terugwinnen van stikstof en fosfaten. We zijn een grote producent van ammoniumsulfaat, een stikstofverbinding die als meststof ingezet wordt. Ammoniak komt vrij uit mest en uit zuiveringsslib. Wij composteren slib in gesloten systemen, waarin we alle stikstof uit het slib wassen en daarvan kunstmest maken. We maken ook een fijne, droge compost met zoveel mogelijk organische stof met voeding voor de micro-organismen. De compost leveren we aan Frankrijk, waarvoor we toestemming hebben gekregen van de Franse overheid. Dat hele proces is gecertificeerd. Wel verwachten we dat op korte termijn een einde komt aan de afvalstoffenstatus. Dan heb je een gewoon verhandelbaar product, zonder vergunningen. De ontwikkeling duurde wel zes jaar.

‘Dit is de circulariteit van processen waar we direct invloed op hebben. Maar als we bouwen voor opdrachtgevers is circulariteit ook relevant. Ons doel is om in 2030 volledig circulair te kunnen bouwen. We hebben hard gewerkt om het begrip circulariteit concreet te maken voor onze eigen business. We kijken dan natuurlijk naar CO2 en NOx, maar ook hoe je een project kunt maken met zoveel mogelijk al eerder gebruikte bouwstoffen. Of hoe je materiaal dat je opbreekt zo hoogwaardig mogelijk weer kunt inzetten. Dat is wel een verandering van denken. Recyling als woord bestaat al lang. Vroeger vonden we het al heel wat als je een weg opbrak en het puin gebruikte voor een fundering. Nu proberen we niet-eerder-gebruikte - ‘virgin’ - grondstoffen zoveel mogelijk te vermijden.’

‘Het sluiten van een keten is echt wat anders dan recycling’

Bestaande processen circulair maken is niet eenvoudig. Hoe is dat binnen uw bedrijf gegaan?

‘Eerlijk gezegd schrok ik van het kennisniveau. Iedereen heeft wel een idee bij circulariteit, maar wat het concreet betekent voor de organisatie en de processen, dat hebben mensen niet voor ogen. Het sluiten van een keten is echt wat anders dan de oude gedachte van recycling. We zijn er een jaar mee bezig geweest om draagvlak te krijgen en om de doelstelling te formuleren dat we in 2030 volledig circulair willen werken.

‘Omdat ik betrokken ben bij de Stuurgroep Waterschappen werd ik aan het denken gezet. Daar stond duurzame GWW op de agenda en werd de vraag gesteld wat dit betekent voor de positie van de bedrijven. De stuurgroep benoemt relevante ontwikkelingen en daar hoort ook circulariteit bij. Toen ben ik begonnen met het traject binnen ons bedrijf. Met kennissessies en het uitleggen van de theorie, vanaf de ladder van Lansink naar het vlindermodel van MacArthur.

‘Voor dit jaar staan emissies op het programma. Met het eigen energieverbruik waren we al bezig, maar als het gaat om de productie bij bouwprojecten kunnen we nog heel wat stappen zetten. Door te werken met Dubocalc en de Milieu Kosten Indicator (MKI) kun je methoden met elkaar vergelijken en een afgewogen keuze maken. Dat biedt ook voor de klant meerwaarde.’

Staat circulariteit bij opdrachtgevers voldoende op het netvlies?

‘Nee, als ik eerlijk ben vind ik van niet, al begint het nu een beetje te komen. In het aanbestedingsproces zou waarde toegekend moeten worden aan circulariteit. Je moet bedrijven de kans geven daarmee het verschil te maken. Dat is ook kennisontwikkeling, we moeten nog leren hoe we zo’n proces in de markt zetten. Wij willen in 2030 circulair werken en de sector als geheel zal dat in 2050 moeten. Maar ik denk dat het wel sneller kan; want het tempo wordt bepaald door de opdrachtgever.’

Ladder van Lansink
Vlindermodel MacArthur
Website GMB