‘Niet slopen maar oogsten’ is het motto van Urban Mining New Horizon
18 april 2019
‘Een deur niet reduceren tot grondstof, maar hergebruiken’
11 juni 2019

‘Circulair bouwen gaat ook over losmaken’

‘Circulair bouwen gaat ook over losmaken’

Thomas Bögl belandde dit jaar op de 12e plek in de Duurzame 50. Bögl is directielid van LIAG architecten en bouwadviseurs, dat dit jaar zijn honderdjarige bestaan viert, en schreef mee aan de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. Wat zijn de grootste uitdagingen voor de circulaire bouw en op wie moeten we letten?


Categorie: Achtergrond Interviews
Door: Anton van Elburg, 29 april 2019
Wat betekent de notering in de Duurzame 50 voor jou?

‘Het is een erkenning voor wat we als bureau hebben gedaan aan duurzaamheid en circulariteit. Ik zie het vooral als een aansporing om nog meer ons best te doen om opdrachtgevers te overtuigen van het nut en de noodzaak van duurzaam en circulair bouwen. Voor veel klanten is het niet vanzelfsprekend.’

Welke bezwaren kom je tegen bij opdrachtgevers?

‘Dat varieert. Sommigen hebben gewoon niet veel met verduurzaming, anderen denken dat het alleen maar geld kost. Of ze vinden dat voldoen aan het Bouwbesluit genoeg is en dat de overheid het verder maar moet oplossen. De grote massa is helaas niet doordrongen van de impact die de bouw op de omgeving heeft.’

Welke argumenten voor verduurzaming breng je dan naar voren?

‘Ik heb in mijn carrière geleerd dat je economische argumenten moet gebruiken in dit type discussies. Financieel gezien is het namelijk vaak wel aantrekkelijk om een extra investering te doen in duurzaamheid en circulariteit. Dat geldt helaas niet voor alle soorten maatregelen. Zo verdien je waterbesparende maatregelen in Nederland niet terug. Daarnaast kijken we naar de context. In het onderwijs, waar ze elke cent vier keer moeten omdraaien, gebruiken we als argument dat leerprestaties en CO2-normen met elkaar samenhangen: hoe frisser de lucht hoe beter de prestaties. Dus we zijn in het algemeen op zoek naar bewijsbare argumenten.’

De circulaire materialen-stroom op gang krijgen is het grootste probleem

Wat zijn de grootste uitdagingen om de bouw circulair te maken?

‘De circulaire materialen-stroom op gang krijgen is het grootste probleem. Op het juiste moment de juiste hoeveelheden materiaal op de bouwplaats leveren is essentieel, vooral bij de grotere projecten. Niemand durft het risico nu te nemen om dat te organiseren. De materialenstromen zijn ook nog niet goed in beeld gebracht. Daarnaast is waarborging van de kwaliteit van de circulaire materialen een belangrijk punt dat nog geregeld moet worden. Het gevolg van deze twee problemen is dat er onzekerheid heerst over materialenlevering. Als architect kun je nu dus niet 100% garanderen hoe een gebouw eruit komt te zien als je circulaire materialen wilt toepassen. Is het materiaal dat je bedacht hebt wel beschikbaar, en moet je misschien iets anders gebruiken? Dat is niet alleen lastig te verkopen aan de opdrachtgever, maar ook aan de welstandscommissie die over het ontwerp moet oordelen.’

Bij welke projecten heb je materiaal-tekort meegemaakt?

‘We ontwerpen een grote gevelrenovatie bij Hogeschool Windesheim, maar ik weet niet of de gewenste circulaire metalen beplating beschikbaar is. Het project kan niet wachten, dus dan moet er wellicht nieuwe metalen beplating of andersoortig materiaal besteld worden. Wel ontwerpen we de constructie zo dat het materiaal aan het eind van de levenscyclus weer terug kan keren in de kringloop.’

Is de aannemer niet verantwoordelijk voor het materiaal?

‘Ja, in Nederland moet de aannemer zorgen voor de kwaliteitsborging van het bouwproject, inclusief de inkoop en aanvoer van materialen. Aannemers zijn natuurlijk niet happig op onzekerheid over die aanvoer en zullen misschien sneller kiezen voor een veilig alternatief. In Duitsland is de architect verantwoordelijk voor het hele project, en zo’n brede verantwoordelijkheid is eigenlijk beter dan de versnipperde manier waarop het bouwproces in Nederland is georganiseerd. Degene die het gebruik van bepaalde materialen bedacht heeft, moet dan dus ook zorgen dat ze toegepast worden.’

Welk project, welke persoon of organisatie, moeten we in de gaten houden op het gebied van circulair bouwen?

‘Ik noem er drie. Fridays for future; de beweging achter de klimaatacties van scholieren. Dat zijn niet de beleidsmakers, maar degenen voor wie het beleid gemaakt wordt. Zij gaan eisen stellen aan gebouwen nu en in de toekomst. Daarnaast de begroepsgroep van de accountants. Zij moeten een manier vinden om de waarde van gebouwen op een andere manier in de boeken te krijgen. Niet afschrijven op het geheel, maar de waarde van de onderdelen en materialen een plek geven. En let tenslotte op kleine bureaus die bezig zijn op het grensvlak van architectuur, robotica en AI. Zij ontwikkelen innovatieve productiemethoden voor de bouw. Denk aan robots die niet metselen maar stapelen. Manieren dus om onderdelen aan elkaar vast te maken, maar dan zo dat je ze over 30 jaar ook weer van elkaar kan scheiden. Want circulair bouwen gaat ook over losmaken.’

Fotografie: Hannah Anthonysz