Elphi Nelissen
Hoogste tijd voor circulaire bouweconomie
15 juni 2020
Sven Wuyts Factor4
Hogere restwaarde door circulariteit verstevigt prestatiecontracten
1 juli 2020

De rauwe werkelijkheid van de Binckhorst

de Binckhorst Circulaire gebiedsontwikkeling

De rauwe werkelijkheid van de Binckhorst

De circulaire bouweconomie ziet er op papier helder en haalbaar uit. De praktijk is echter een stuk weerbarstiger. Dat blijkt uit een nog lopend onderzoek naar circulaire gebiedsontwikkeling. We bespraken de voorlopige leerervaringen met professor Ellen van Bueren.


Categorie: Achtergrond Interviews
Door: Joost Bijlsma, 30 juni 2020

Om een serieuze omslag te maken naar circulair, moet je bij het begin beginnen. Liefst al bij de ontwikkeling van een gebied. Maar hoe ziet ‘circulaire gebiedsontwikkeling’ er precies uit?

Die vraag onderzoekt Ellen van Bueren, hoogleraar Management van Stedelijke Ontwikkelingen aan de TU Delft. Ze doet dit samen met collega’s van de Universiteit van Leiden, de Erasmus Universiteit en Wageningen University & Research. Hun breed opgezette onderzoek dat eind dit jaar klaar is, richt zich op governance, het sluiten van kringlopen, waardemodellen en burgerparticipatie. Zij kijken daarbij naar diverse gebieden, waarbij de Binckhorst in Den Haag een centrale casus is. Dankzij de samenwerking in ACCEZ (zie kader) duiken ze diep in dit ‘rauwe’ gebied dat de komende tien jaar herontwikkeld wordt.

Kringlopen sluiten

Circulaire gebiedsontwikkeling is onontgonnen terrein. Een groot verschil met traditionele gebiedsontwikkeling is – plat gezegd – dat je verder kijkt dan het vullen van lege plekken met woningen. Van Bueren: ‘Bij circulair ontwikkelen kijk je naar alle functies, dus ook bijvoorbeeld naar energie en afvalinzameling.’ Circulaire gebiedsontwikkeling begint volgens de hoogleraar bij de vraag hoe je kringlopen kunt sluiten. ‘Daarvoor moet je bepalen welke kringlopen er zijn en op welk niveau je ze wilt sluiten.’ De kunst is om voorbij de functie van woningbouw te kijken en ook andere functies te integreren. Een uitgangspunt van circulair is bijvoorbeeld dat je zo dicht mogelijk produceert bij je afnemer, bijvoorbeeld de grondstoffen waarmee je de huizen bouwt. Maar functies om die circulariteit mogelijk te maken, zoals het produceren van bouwmaterialen, kosten ruimte die dan niet meer beschikbaar is voor wonen. Denk aan het groeien van bomen en planten, of een werkplaats voor het herbruikbaar maken van materialen.

Identiteit

Bij de Binckhorst was er duidelijk animo onder overheid en ondernemers om te werken aan circulariteit. Volgens Van Bueren was er al veel werk gedaan. ‘Zo ligt er al een analyse van de materialen die het gebied in- en uitgaan. Ook was er een grondstoffenmakelaar actief en is er een organisatie van lokale ondernemers: I’M Binck. Zij hadden het thema circulair op de agenda gezet bij de gemeente en andere betrokken. Ook zetten zij zich in voor het behoud van de identiteit.’

Deze identiteit omschrijft I’M Binck als authentiek en ambachtelijk: een werk-woongebied met rauwe, spannende rafelranden. Van Bueren benadrukt het belang van de combinatie van werken aan circulair én identiteit in de Binckhorst. ‘Voor de bestaande gebruikers van het gebied zijn de gevolgen van de ontwikkeling ongewis. Ze vragen zich af: wat gaat er op ons afkomen? De taal die nu wordt gebruikt rond de circulaire economie is meestal erg technisch. Voor je het weet vliegen de levenscyclusanalyses en materiaalstromen je om de oren. Door het met elkaar te hebben over bijvoorbeeld de industriële identiteit spreek je een bredere groep aan. Dan blijkt ook dat ook aanwezige bedrijven een rol kunnen blijven spelen in de omgeving.’

Oudefabrieksromantiek

Van Bueren waarschuwt voor een te romantisch beeld van circulair. Mensen hebben volgens haar vaak het beeld van oude fabrieken waarin kleine bedrijven zich vestigen. Van Bueren: ‘Kleinschalige maakindustrie vestigen kan vaak wel. Maar wat zwaardere industrie is een stuk lastiger.’ Wie een gebied werkelijk circulair wil ontwikkelen zal ook eerlijk naar die zware industrie moeten kijken, vindt Van Bueren. ‘De Binckhorst is voor industrie aantrekkelijk vanwege de ligging aan het water. Dat betekent dat je een echte discussie moet voeren of de bestaande asfaltcentrale moet vertrekken of blijven. Daarbij moet je kijken naar de milieu-impact die het voor de hele omgeving heeft als je asfalt op een andere locatie gaat maken.’

Zelfs bij mensen met circulaire ambities bestaat de kans dat focus vooral op woningbouw gericht raakt, waarschuwt Van Bueren. ‘De discussie over circulair ontwikkelen vernauwt zich al snel tot de vraag: waar kunnen we de meeste impact hebben? Dan komt de realisatie van woningen al snel in beeld. Voor je het weet ga je zo van een brede agenda voor een circulair gebied, dat ook tijdens de gebruiksfase kringlopen sluit, naar een enge agenda van bouwen en materiaalstromen.’

De discussie over circulair ontwikkelen vernauwt zich al snel tot de vraag: waar kunnen we de meeste impact hebben?

Kennis verspreiden

Het onderzoek naar circulaire gebiedsontwikkeling is een project van Accelerating Circular Economy Zuid-Holland (ACCEZ). Hierin werken de provincie Zuid-Holland, VNO-NCW West en de universiteiten van Leiden, Delft, Rotterdam en Wageningen samen. ACCEZ ondersteunt het project financieel. Ook heeft ze geholpen met een kenniswerkplek in het gebied, vertelt directeur Judith Schueler van ACCEZ. Die aanwezigheid ter plekke en het intensieve contact met lokale ondernemers en beleidsmakers is volgens haar cruciaal. ‘Daardoor ontstaat een ongepolijst, veel realistischer en meer divers beeld dan wanneer de onderzoeker vooral achter het bureau zit.’

Judith Schueler, directeur ACCEZ
Judith Schueler, directeur ACCEZ

ACCEZ is ook betrokken bij het onderzoek als verspreider van de opgedane inzichten naar andere gebieden in de regio. ‘Openheid is voor de versnelling van circulair cruciaal’, stelt Schueler. Zij is daarom ook trots op de bijdrage die de onderzoeksgroep van Ellen van Bueren en ACCEZ nu leveren aan het project Samen Versnellen van Cirkelstad. Hierbij doen opdrachtgevers en -nemers op wetenschappelijke leest geschoeide audits van circulaire projecten en delen de kennis hieruit. ‘De diverse partijen, soms concurrenten van elkaar, geven openheid. Dat is uniek in de bouwwereld.’

Frank is een Binck

Ondanks de goede wil is het de vraag hoe circulair de Binckhorst wordt. Van Bueren heeft hiervan geen hooggespannen verwachtingen. Bestaande plannen en al ingenomen grondposities laten weinig ruimte om af te wijken van het plan om minimaal 5.000 woningen te bouwen. Zij verwacht vooral circulaire initiatieven op project- in plaats van gebiedsniveau. Zo krijgt een loods van de voormalige SDU-uitgeverij een tweede leven als transportmuseum in Barneveld. En in het project ‘Frank is een Binck’ verhuist de door architect Frank van Klingeren ontworpen vleugel van de voormalige jeugdherberg Ockenburg naar een nieuwe locatie op de Binckhorst. Daar wordt het onderdeel van een multifunctioneel gebouw. Volgens projectontwikkelaar Stebru is dit ‘de grootste verhuizing van een gebouw in Nederland’.

Urban mining

Van Bueren denkt dat het circulaire verder beperkt blijft tot ‘projecten met materiaalhergebruik en een extra gescheiden afvalstroom’. ‘Zoiets als urban mining echt toepassen is een brug te ver. Daarvoor zou je moeten nadenken over welke voor hergebruik in woningbouw geschikte sloopmaterialen de komende tien jaar beschikbaar zijn en daar je programma en ontwerp op aanpassen. Dat is nog ver van de bestaande realiteit, waarin gemeente en ontwikkelaars vooral haast hebben om veel woningen te realiseren.’ Woningtekort, al goedgekeurde plannen en afgegeven bouwvergunningen vormen sta-in-de-wegs. ‘De circulaire ambitie is er zeker, maar iedereen kan uitleggen waarom het nu nog niet mogelijk is.’

Leerervaringen op een rij

  1. Circulaire gebiedsontwikkeling gaat niet alleen over het gebruik en hergebruik van duurzame materialen tijdens de ontwikkeling van een gebied. Het gaat ook over het sluiten van kringlopen tijdens de gebruiksfase.
  2. Voorkom dat de taal rond de circulaire ambitie te technisch of beleidsmatig wordt. Spreek mensen bijvoorbeeld aan op de industriële of diverse identiteit van het gebied.
  3. Wees er op tijd bij. Als er al allerlei plannen liggen en er al grote belangen (bijvoorbeeld grondposities) zijn waar circulariteit geen onderdeel van uitmaakt, wordt het lastig om tot circulaire gebiedsontwikkeling te komen.
  4. Durf verder te kijken dan oudefabrieksromantiek of wonen. Durf ook te kijken naar zware industrie en de rol die deze kan vervullen in het sluiten van kringlopen.