Woningbouw in hout
Nieuwe publicatie over houten woningbouw
14 april 2021

‘Een wooncorporatie kan niet meer om duurzaamheid en circulariteit heen’

Ron van de Molengraft

‘Een wooncorporatie kan niet meer om duurzaamheid en circulariteit heen’

Woningcorporatie Talis timmert circulair aan de weg. Ze hergebruiken funderingen, dakmaterialen en keukens, vertelt manager vastgoed Ron van de Molengraft. ‘Circulariteit kan aan het einde van de rit ook tijdwinst opleveren.’


Door: Joost Bijlsma, 14 april 2021

Ron van de Molengraft is een vastgoedmanager met een duurzaam hart. Het milieu had al vroeg zijn belangstelling. Zo studeerde hij onder meer Milieu en Maatschappij aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Bij zijn werkgever Talis kan hij zijn duurzame ei goed kwijt. Deze corporatie met 14.000 woningen in Nijmegen en Wijchen onderzoekt de mogelijkheden met gasloos en circulair bouwen. Talis pakt dit serieus op, wat blijkt uit hun deelname aan de Groene Huisvesters, een samenwerking tussen woningcorporaties, Binnenlandse Zaken, VNG, de Woonbond en Aedes. Deelnemende corporaties delen daar ervaringen en kennis over onder meer circulaire oplossingen. Volgens Van de Molengraft is het delen van de nog prille kennis een cruciale succesfactor voor circulariteit.

Waarom vindt u circulariteit belangrijk?

‘Een corporatie kan met haar langetermijnfocus allang niet meer om duurzaamheid en circulariteit heen. Daar komt bij dat circulair werken binnen en buiten de organisatie kansen biedt voor vernieuwing. Want het betekent: niet voor de gemakkelijke weg kiezen, maar dingen anders doen.’

Hoe past circulariteit in jullie strategie?

‘Het is een van de vijf speerpunten van ons streven naar duurzaamheid. We streven naar circulair denken en opdoen van ervaringen in de volle breedte. Dus bij nieuwbouw, renovatie en onderhoud.’

Hoe past het binnen andere uitdagingen en transities, zoals aardgasvrij?

‘Circulariteit is geen doel op zich. Het is een manier om tot duurzamere oplossingen te komen. Dat laatste moet het doel zijn. Je kunt circulariteit goed combineren met andere duurzame uitdagingen, zoals aardgasvrij. Dat hebben wij gedaan bij ons project Jerusalem: een wijk met 220 woningen die van het gas afgaat. De huizen worden verwarmd met zonneboilers die de vloerverwarming voeden. Het circulaire daar is dat we de fundering van de oude woningen gewoon laten zitten. Na de sloop van de oude woningen bouwen we in korte tijd nieuwe. Elk van die woningen bestaat uit acht in de fabriek gemaakte modulaire panelen.’

Circulariteit vraagt een andere samenwerking met marktpartijen en bewoners. Hoe kun je dat in goede banen leiden?

‘Dat hebben we onderzocht bij het project Voorstenkamp in Nijmegen. Daar moest groot onderhoud worden verricht aan 125 etagewoningen. Samen met de HAN (Hogeschool Arnhem Nijmegen) en de Radboud Universiteit zijn we nagegaan hoe we bewoners en aannemer konden motiveren om circulaire oplossingen te omarmen. We gingen met hen in gesprek: wat moeten we weghalen en wat kunnen we opnieuw gebruiken? Daar kwam bijvoorbeeld uit dat we keukens konden hergebruiken. De oude keukens zijn ingezameld, de nieuwe keukens zijn gemaakt van materialen uit de oude keukens. We hebben ook gekeken naar het dak. Met de dakramen hebben we hetzelfde gedaan als met de keukens. En delen van het dak, zoals de opstanden en isolatiemateriaal, hoefden we niet volledig te vervangen en konden we hergebruiken. De besparingen zijn geïnvesteerd in zonnepanelen, waarbij is nagedacht over toekomstig hergebruik.’

Is het ook bij nieuwbouw mogelijk om bewoners te betrekken, zodat het zo duurzaam en circulair mogelijk wordt?

‘Zeker. Met de Coöperatieve Vereniging Ecodorpen Gelderland (CVEG) werken we nu aan 46 woningen in Ecodorp Zuiderveld. Dit gaat om een woongemeenschap waar bewoners zo duurzaam mogelijk willen leven. Met CVEG hebben we eerder IEWAN gerealiseerd, een complex van 24 sociale huurwoningen, opgetrokken uit stro, leem en hout. De bewoners wilden milieuvriendelijke, hernieuwbare bouw- en afwerkmaterialen gebruiken, als het kon rest- en afvalproducten. Ze kozen voor buitenmuren van stro die aan de binnenzijde met leem zijn afgewerkt. Verder is gebouwd met afgekeurde stenen, onbehandeld hout en groen beton, deels gemaakt van spoorweggrind.’

Kosten die gesprekken over circulariteit, bijvoorbeeld met bewoners en aannemers, niet veel tijd?

‘Bij circulaire projecten merk je dat de voorbereiding in verhouding meer tijd kost. Dat komt door de anders dan gebruikelijke aanpak. Maar circulariteit kan aan het einde van de rit ook tijdwinst opleveren. Bij het project Jerusalem bespaart de circulaire keuze zelfs heel veel tijd. Tussen sloop van de woning en oplevering van de nieuwbouw zit maar zes weken. Normaal gesproken kost dit acht maanden tot een jaar. Die tijdwinst is voor bewoners gunstig. Zij hoeven maar een paar weken in een vervangende woning. En de corporatie bespaart zo kosten, omdat we de bewoners slechts kort in een tijdelijke woning hoeven onder te brengen.’

Waarom is hergebruiken van de fundering bij dit type projecten niet standaard?

‘Het hergebruiken van een fundering maakt je minder flexibel. Je moet weer een woning maken op dezelfde plek. Je kunt geen stedenbouwkundige ingrepen plegen. Dat vraagt dus bescheidenheid bij architecten, bouwers en corporaties. We moeten met zijn allen soms onze ijdelheid opzijzetten. Gelukkig kunnen we trots zijn op andere dingen, zoals de duurzaamheidswinst, de kostenbesparing en de snelle overgang van de bewoners.’

Wat is nodig om aannemers mee te krijgen in een circulaire aanpak?

‘Je moet kijken naar wat mogelijk is en welke stappen je nu al kunt zetten. Dat betekent meestal: klein beginnen. Voor de meeste aannemers is circulair werken nog relatief nieuw.’

Welke boodschap zou u aannemers willen meegeven?

‘Probeer dingen, doe ervaring op en ontwikkel zelf steeds meer circulaire oplossingen. Durf een risico te nemen. Niet alles hoeft meteen te lukken.’

Is het enthousiasmeren van bewoners en aannemers voldoende? Moet je dat ook niet doen binnen de corporatie? Wat adviseert u collega-corporaties?

‘Ook in de eigen organisatie moet je collega’s stimuleren uit hun comfortzone te komen en dingen die nog goed zijn opnieuw te gebruiken. Het hoeft niet allemaal nagelnieuw te zijn. Zo weinig mogelijk nieuw materiaal gebruiken moet een mentaliteit worden. Niet alleen bij de aanbesteding, maar ook later moet je voortdurend de vraag stellen: kan het een onsje minder?’

Klein beginnen klinkt sympathiek, maar er ligt een enorme opgave. Moeten er niet hardere eisen komen? In jullie Ondernemingsplan 2018-2022 spreken jullie over eisen aan her- of doorgebruiken van materialen. Doen jullie dit al, bijvoorbeeld bij aanbestedingen? Is daar een voorbeeld van?

‘Bij het project Hof van Holland in Lent vroegen wij – in een prijsvraag met de stichting Volksbelang – om een ontwerp voor een woongebouw voor 70 huurappartementen. Hierin hebben we duidelijke eisen gesteld aan duurzaamheid en circulariteit van de materialen. Uiteindelijk kwam Het Hennephof van bureau Site Practice als winnaar van 61 inzendingen uit de bus. Zij stellen een houtskeletconstructie voor en hennep als bouwmateriaal. We gaan nu na of dit haalbaar is.’

Zo weinig mogelijk nieuw materiaal gebruiken moet een mentaliteit worden. Niet alleen bij de aanbesteding, maar ook later moet je voortdurend de vraag stellen: kan het een onsje minder?

We moeten in Nederland in tien jaar een miljoen woningen gaan bouwen. Hoe krijgen we dat een beetje circulair?

‘Voor onze doelgroep is het essentieel dat huizen betaalbaar blijven. Dat lukt alleen als we werken met in de fabriek gemaakte eenvoudige circulaire concepten.’

Moet je marktpartijen niet met circulaire eisen prikkelen om dit soort dingen te gaan doen?

‘Dat zie je nu ontstaan, bijvoorbeeld bij de Woondeal Arnhem/Nijmegen. Daarin hebben de Rijksoverheid, provincie Gelderland en gemeenten afgesproken dat er snel 20.000 woningen bij moeten komen. De eis is dat minimaal een kwart circulair wordt ontwikkeld en vanaf 2030 de helft. Wie nu dus geen goed circulair woonconcept ontwikkelt, vist straks achter het net.’

Wat is nodig om van eerste stappen naar een flinke looppas te gaan?

‘De landelijke overheid kan het voor corporaties aantrekkelijk maken om te investeren in circulair. Bijvoorbeeld via aan circulariteit gekoppelde kortingen op de verhuurderheffing of gerichte subsidies. Als iedereen er achter gaat staan, kan het ineens snel gaan.’