‘Circulair is duurder, maar wij wilden dit statement maken’
20 januari 2023
Bestaande woningbouw op de kaart gezet op conferentie
27 januari 2023
‘Circulair is duurder, maar wij wilden dit statement maken’
20 januari 2023
Bestaande woningbouw op de kaart gezet op conferentie
27 januari 2023
Op weg naar een circulaire GWW: ‘Steeds meer mensen omarmen de missie.’

Op weg naar een circulaire GWW: ‘Steeds meer mensen omarmen de missie.'

Hoe gaat het met de transitie van de GWW-sector naar een circulaire (bouw)economie? Een uitgebreid onderzoek van de Universiteit Utrecht geeft inzicht in de stand van zaken en oplossingsrichtingen voor beter beleid. 'Uiteindelijk moet de hele sector veranderen: van nieuwe werkwijzen en materialen tot aan wet- en regelgeving', vertelt Marko Hekkert, tot december vorig jaar hoogleraar Dynamiek van Innovatiesystemen aan de Universiteit Utrecht. Vanaf januari is hij directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving.


Categorie: Achtergrond Interviews
Door: redactie, 23 januari 2023

Marko Hekkert

Hekkert legt uit dat een circulaire grond-, weg- en waterbouw in 2050 een mooi, maar te abstract doel is. 'De GWW-sector wil circulair worden, maar wat betekent dat precies en hoe bereik je het? Onze analyse geeft inzicht in wat de obstakels zijn en waar je moet ingrijpen om sneller vooruitgang te boeken. Bovendien kun je de voortgang bijhouden door de analyse om de paar jaar te herhalen.'

MIS-analyse

De onderzoekers kozen voor een zogenoemde MIS-analyse, omdat die geschikt is voor elke sector die een langetermijndoel nastreeft. MIS staat voor Missiegedreven Innovatiesysteem. Het innovatiesysteem is een netwerk van spelers en regels dat bijdraagt aan de ontwikkeling en verspreiding van oplossingen ten behoeve van de missie. Daarbij betekent ‘missiegedreven’ dat het netwerk de missie heeft om een bepaald (maatschappelijk) probleem op te lossen. De missie voor de GWW is de realisatie van een circulaire sector vóór 2050. De sector moet daarom veranderen en innoveren voor minder milieuvervuiling, klimaatverandering en verbruik van grondstoffen.

Aanpak onderzoek

De analyse heeft zich beperkt tot de werkvelden binnen de GWW die de grootste impact (CO2-uitstoot en materiaalgebruik) hebben en goed met elkaar kunnen worden vergeleken. Dat zijn: kunstwerken, kustlijnzorg en vaargeulonderhoud en wegverharding. De onderzoekers maakten gebruik van verschillende bronnen en methoden om een beeld te krijgen van de innovatie- en transitieactiviteiten in de sector (zie kader onderaan). De data is verzameld via deskresearch. Aanvullend zijn 32 interviews afgenomen en twee workshops georganiseerd met marktpartijen en experts uit de GWW.

Steeds meer mensen omarmen de missie. Daarin zie je echt een bewustzijnsverandering.

Het grote plaatje

Is de GWW-sector goed op weg om ‘een circulaire GWW’ te realiseren vóór 2050? 'Ja en nee', zegt Hekkert. 'Ja, want steeds meer mensen omarmen de missie. Daarin zie je echt een bewustzijnsverandering. De sector hergebruikt bovendien veel materiaal. Nee, want dat hergebruik is vooral laagwaardig. Afvalmateriaal wordt bijvoorbeeld opnieuw gebruikt in de onderlaag van wegen. Het is zeer de vraag of je daar later weer iets mee kunt. Er is meer hoogwaardige recycling nodig, maar dat gebeurt nu mondjesmaat. Er zijn experimenten, zoals het opnieuw gebruiken van volledige onderdelen uit kunstwerken, maar opschaling is nog moeilijk. Onderzoek naar hoe je materialen op een hoogwaardige manier recyclet kan daarbij helpen. Daarnaast is preventie van grondstofverbruik erg belangrijk, omdat je zo het beste grondstoffen bespaart. Preventie kan bijvoorbeeld door anders te ontwerpen, efficiëntere productie, beter onderhoud en het verlengen van de levensduur van bestaande objecten.'

Wat moet er veranderen in de sector?

Circulaire ontwikkelingen lopen tegen verschillende barrières aan. Samenvattend zijn dat:

  • Het aanbestedingsproces is nog onvoldoende gericht op circulariteit.
  • Innovaties uit pilots worden onvoldoende op grotere schaal toegepast.
  • Circulaire kennis wordt onvoldoende ontwikkeld, gedeeld en geborgd.

Hekkert legt uit hoe deze barrières doorbroken kunnen worden: 'Begin door circulariteit echt belangrijk te maken in aanbestedingen. Het Rijk kan gemeenten hierin ondersteunen: gemeenten hebben het grootste deel van de materiaalvoorraden, maar komen capaciteit en middelen tekort. Stel dus budget beschikbaar aan gemeenten en laat circulariteit zwaarder wegen in de aanbestedingscriteria. Maak de aanbestedingsregels op dit punt strenger en duidelijker, ook richting de toekomst. Deze maatregelen maken opdrachtnemers duidelijk dat dat circulariteit steeds meer gaat bepalen wie de opdracht krijgt. Zo zullen ze meer gaan innoveren om de aanbesteding te winnen. Een tweede verandering is duidelijk maken in de sector welke herbruikbare materialen in de nabije toekomst beschikbaar komen. Denk aan een informatiesysteem waar onder meer in staat welke objecten uit elkaar gehaald worden, waar die uit bestaan en welke materialen herbruikbaar zijn. Een derde verandering is dat kennis uit experimenten met iedereen gedeeld moet worden. We komen verder als partijen van elkaar leren.'

Hoe verder?

Hekkert ziet drie vervolgstappen voor de GWW, nu de resultaten van het onderzoek bekend zijn. 'Eerst moeten de inzichten breed gedeeld worden binnen de sector. Het is belangrijk dat mensen snappen hoe nu wordt gewerkt, waar de transitie op vastloopt en welke oplossingen er zijn. Vervolgens is het de bedoeling dat mensen naar die inzichten gaan handelen, dus dat ze verstandige beslissingen nemen op een samenhangende manier. Hiervoor is beleid nodig dat meer stuurt op concrete circulaire doelen en specifieke oplossingsrichtingen die daaraan bijdragen. Tot slot herhaal je de MIS-analyse eens in de zoveel tijd. Dat kan overigens in verkorte vorm. Door de analyse te herhalen, ontstaat inzicht in wat is er is veranderd na de ingrepen. Zo houd je de vinger aan de pols.'

Bronnen voor de MIS analyse
Eén van de benutte bronnen in de MIS-analyse is het onderzoek naar de transitie naar een circulaire infrasector, uitgevoerd door Tom Coenen, Leentje Volker en Klaasjan Visscher (Universiteit Twente). In het onderzoek is ook gebruik gemaakt van het MIS raamwerk, maar ligt de focus meer op organisatorische aspecten van de transitie. De bevindingen zijn o.a. beschreven in het wetenschappelijke artikel ‘A systemic perspective on transition barriers to a circular infrastructure sector’ dat eind november 2022 verscheen in Construction Management and Economics en in een Nederlandse samenvatting.