© Twycer / www.twycer.nl
‘Laat duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit even zwaar wegen als grondprijs’
25 april 2022
Snelweg GWW materiaalstromen
Materiaalstromen, milieu-impact en energieverbruik GWW nu ook bekend
29 april 2022

‘Koplopers’ als gids bij de circulaire doelen voor 2030

circulaire koplopers

'Koplopers' als gids bij de circulaire doelen voor 2030

De transitie naar een circulaire economie bevindt zich op een belangrijk kantelpunt: versnelling van de transitie is nodig. In de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER), onder leiding van het PBL, is geadviseerd om de doelstellingen richting 2030 specifieker en concreter te maken.


Categorie: Nieuws Uitgelicht
Door: redactie, 28 april 2022

Circulariteit is een essentieel middel om het doel, een duurzame gebouwde omgeving, te kunnen bereiken. Hierbij zet het Transitieteam de meetmethode van de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) in als meetinstrument. De MPG is breed gedragen en via het Bouwbesluit ook wettelijk verplicht bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning van nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoren (groter dan 100 m²).

Inzicht in koplopers van nu

Het ophalen van inzichten uit koploperprojecten is een effectieve stap bij het concreet krijgen van de doelen. Deze inzichten kunnen vervolgens ook gebruikt worden om het peloton – de achtervolgende groep - richting de doelen voor 2030 te krijgen. Het Transitieteam heeft via een opdracht van RVO daarom aan DGBC (kantoren en bedrijfshallen) en W/E adviseurs (woningen en woongebouwen) gevraagd om een inventarisatie en analyse van ‘koplopers’ uit te voeren. De term ‘Koplopers’ is daarbij vertaald naar bouwwerken, waarbij een (zeer) lage MPG is gerealiseerd.

Potentie en uitdagingen in beeld

De ervaring leert dat door te kiezen voor een efficiënt ontwerp en te kiezen voor bouwproducten met een lage MKI de MPG kan worden verlaagd. Maar ergens ligt hier een grens; om tot een zeer lage MPG te komen volstaat deze aanpak niet meer. Hier komen dan meer innovatieve ontwerpoplossingen en gebouwconcepten in beeld, zoals industrieel bouwen, adaptief bouwen en de toepassing van circulaire principes, zoals toepassing van hergebruikte materialen of hernieuwbare materialen en losmaakbaar of demontabel bouwen. De onderzochte ‘koplopers’ laten zien waar de potentie zit, maar laten ook zien waar de uitdagingen voor 2030 liggen. Zowel bij het verlagen van de milieu-impact van de gebouwen als bij het goed kunnen waarderen van de innovatieve ontwerpoplossingen. Tijdens het onderzoek is ook de relatie tussen circulariteit, MPG, en BENG als belangrijk aandachtspunt naar voren gekomen. Bij ambitieuzere doelen blijkt de integrale benadering noodzakelijk.

Basis voor verdere ontwikkeling

Wat het meten betreft blijkt de MPG een goede basis te bieden om op de doelen te kunnen sturen. Om dit ook bij de transitie te kunnen blijven doen, blijft een continue doorontwikkeling nodig. In beide studies worden hiervoor aangrijpingspunten gegeven.

De uitkomsten uit beide studies geven richting in het doelentraject en helpen bij het specifieker en concreter maken van de uitdagingen.

  • Een belangrijke uitkomst voor woningbouw en kantoren is de relatie tussen MPG en het energieconcept. Projecten met een hoge ambitie op energie / BENG (nul op de meter), gaan ten koste van de scope op MPG, en vice versa. Een integrale methodiek over de prestatie van energie en materialen (“MPG+ of WLC”) kan helpen.
  • Voor kantoren, industrie/bedrijfshallen komen circulaire materiaalkeuzes (veelal biobased houtbouwconcepten) nog niet altijd goed tot uiting in een hogere score, met name bij toepassing van hergebruikte en biobased materialen. Voor de woningen is dat al beter zichtbaar, hier zijn de meeste oplopende projecten ook ontwerpen op basis van houtbouwconcepten.
  • Voor de MPG-berekening voor de industriefuncties valt op dat dit gebouwtype moeilijk te beoordelen is vanuit een “milieu-impact / BVO = xxx”-benadering. De gebouweigenschappen (locatie en vorm) zijn meer bepalend voor de duurzaamheid van het pand.
  • Als de MPG-eisen strenger worden en meer worden toegepast, is het verder verrijken van de onderliggende database (NMD) met zgn. cat. 1 kaarten noodzakelijk. Betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de productkaarten is cruciaal.
  • Kijkend naar de type gebouwen die (nog) buiten wetgeving vallen, zoals industrie/bedrijfspanden, is er volgens de MPG-experts te veel interpretatieruimte over de wijze hoe de methodiek te moeten toepassen. Praktijkrichtlijnen en een klankbord met deze experts is daarbij een aanbeveling.