Jille Koop Rijksvastgoedbedrijf
Rijksvastgoedbedrijf wil circulair leren bouwen en beheren door te doen
25 september 2020
Nieuwe publicatie van Transitieteam Circulaire Bouweconomie over circulaire gebouwen
29 september 2020

‘Arbeid in circulaire bouw moet goedkoper’

Cecile van Oppen Copper8

‘Arbeid in circulaire bouw moet goedkoper’

Circulair bouwen is arbeidsintensief. Verschuiving van belasting op arbeid naar niet-duurzaam gebruik van grondstoffen zou de circulaire businesscase moeten verbeteren. Cécile van Oppen, medeoprichter van Copper8, onderzoekt met partners in een pilot wat daarvoor nodig is.


Door: Anton van Elburg, 29 september 2020
Wat houdt de pilot fiscale vergroening in?

‘Fiscale vergroening betekent verschuiving van de belasting op arbeid naar belasting op niet-duurzaam gebruik van grondstoffen. Ik proef frustratie bij ondernemers die circulair willen bouwen. Veel businesscases waarbij hergebruik van materiaal wordt toegepast, zijn bijna niet rond te rekenen, en zijn daardoor afhankelijk van idealistische motieven bij opdrachtgevers of opdrachtnemers. Dat komt omdat er bij circulair bouwen veel meer arbeid nodig is dan bij lineair bouwen. Als je met secundaire materialen of producten werkt, moet je daar vaak het ontwerp en de uitvoering op aanpassen. Het is niet altijd standaard en dat kost extra tijd. Hetzelfde geldt voor demontageprojecten. Om over de hele linie succes te boeken met circulair bouwen, moeten arbeidsintensieve processen dus goedkoper worden en niet-duurzame keuzes duurder. Als je daar een economisch aantrekkelijk model omheen bouwt, gaat de markt sneller vooruit.’

Wat gaan jullie onderzoeken?

‘We willen weten binnen welk fiscaal stelsel een businesscase voor circulair bouwen wél aantrekkelijk is. Hoe kunnen we de inzet van arbeid aanmoedigen door de werkgeverslasten te verlagen, en hoe kunnen we die lastenverlaging deels financieren door de CO2-heffing op niet-duurzame producten te verhogen? Daarom zijn we nu een concreet onderzoek gestart naar twee circulaire bouwprojecten en twee demontageprojecten. Daaruit krijgen we data over materiaalgebruik en arbeidsintensiteit. Met deze data gaan we berekeningen uitvoeren om in beeld te brengen wat een belastingverschuiving zou betekenen. Daarbij brengen we ook lineaire alternatieven in kaart om goed vergelijkingsmateriaal te hebben.’

Stimuleren van arbeid zou ook betekenen dat je de mensen moet hebben. Zijn die er wel?

‘Ja die zijn er, maar het is wel de vraag of ze goed geschoold zijn. Er zijn vakmensen zoals timmerlieden nodig voor het werk in de circulaire bouw, en vakmanschap neemt af. Er ontstaat dus ook een scholingsvraag als je deze arbeid in de circulaire bouw stimuleert.’

Welke andere fiscale heffingen dan CO2-belasting onderzoeken jullie?

‘We willen het zo eenvoudig mogelijk houden. De levenscyclusanalyse-methode (LCA) kent 17 indicatoren die wijzen op de mate van duurzaamheid van een product. Een beperkt aantal van die indicatoren zullen we gebruiken en omrekenen naar CO2-equivalenten die dan de grondslag vormen voor de berekening van een CO2-heffing.’

Eerder vertelde Cecile van Oppen al dat belastinghervorming nodig is om circulair bouwen aantrekkelijker te maken. Bekijk hier de video.

Waarom is fiscaliteit een beter middel dan subsidie of normering?

Subsidies zijn bedoeld om de markt aan te jagen, maar zullen ooit een keer stoppen. Je kunt er als ondernemer niet altijd op rekenen. Fiscaliteit is structureel en blijvend. Belastingen hebben twee effecten: je kunt het goede ermee stimuleren en ontmoedigen wat niet gewenst is. Normering is ook prima, maar dat zie ik meer als een ondergrens stellen voor wat we niet willen en om achterblijvers in beweging te brengen.’

Wat zijn de criteria voor circulaire arbeid die voor belastingverlaging in aanmerking zou moeten komen?

‘We hoeven geen onderscheid te maken tussen “gewone” en circulaire arbeid. De arbeidskosten in de hele bouw moeten naar beneden om circulaire businesscases mogelijk te maken. Anders blijf je altijd in discussie over de grijze gebieden. Het geldt eigenlijk voor de hele economie. Kies je voor een industrieel proces met veel CO2-uitstoot en betaal je navenante CO2-belasting, of zet je menselijke arbeid in?’

Bij circulair bouwen is veel meer arbeid nodig dan bij lineair bouwen. Als je met secundaire materialen of producten werkt, moet je daar vaak het ontwerp en de uitvoering op aanpassen.

Wat zijn de hindernissen om fiscale vergroening in te voeren?

‘Uiteraard speelt de angst voor het onbekende en voor mogelijke negatieve bijeffecten. Velen vrezen bijvoorbeeld dat CO2-belasting ten koste gaat van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. En hoe ga je aantonen dat je gebouwd hebt met gerecycled materiaal? Zo zijn er heel veel aspecten die je eerst goed moet organiseren, en dat hebben we niet binnen vijf jaar geregeld.’

Wat vind je van het idee voor de aparte rechtsvorm voor sociale ondernemingen, de maatschappelijke BV (BVm)? Hoe zou dat gecombineerd kunnen worden met fiscale vergroening?

‘Het is belangrijk dat dit soort rechtsvormen gaan ontstaan om sociale ondernemingen meer zekerheid te bieden, maar wat de BVm precies gaat inhouden is nog niet bekend. In het algemeen denk ik dat fiscale vergroening alle partijen in de economie moet stimuleren om circulair te ondernemen en niet alleen de pioniers.’

Resultaten van de pilot Fiscale Vergroening worden medio 2021 verwacht. De pilot wordt uitgevoerd door Copper8 in samenwerking met Het Groene Brein en The Ex’tax project. De onderzochte projecten zijn van Superuse, DOOR Architecten, New Horizon en Van Liempd.