Circulaire viaducten bouw je samen
Circulaire bruggen en viaducten: van open leeromgeving tot buyer group
9 juni 2022
Zoetermeer, 08 september 2021..Jan Waaijerbrug
Uniforme meetmethode voor losmaakbaarheid in de GWW in ontwikkeling
12 juli 2022

‘Schreeuw het van de daken dat je circulair aan het delven bent’

Maik Knuiman 600

‘Schreeuw het van de daken dat je circulair aan het delven bent’

Wat doe je met de materialen die vrijkomen na de sloop van een negen verdiepingen tellende betonkolos? Voor die vraag zag procesmanager Maik Knuiman zich geplaatst toen de Provincie Gelderland besloot haar oude provinciekantoor circulair te laten demonteren.


Categorie: Achtergrond Interviews
Door: Anton van Elburg, 20 juni 2022

De demontage van het Prinsenhofgebouw is één van de grootste circulaire bouw- en sloopprojecten van Nederland. Maik Knuiman was als procesmanager betrokken bij het hele project, samen met een algemeen projectmanager en een technisch manager. ‘In 2012 besloot de Provincie Gelderland om het oude provinciehuis ouderwets te slopen. Het was moeilijk te verduurzamen en zou ook niet meer in de omgeving passen. Zes jaar later was het moment daar. Iedereen zou gaan verhuizen naar het nieuwe gebouw, dus de sloop kon aanbesteed worden. Maar de tijdgeest was inmiddels veranderd, en de wens ontstond om de materialen uit het gebouw te delven en hoogwaardig te hergebruiken. Maar hoe doe je dat? Binnen de provincie werd besloten om vooral te leren van het proces. Uitgangspunt was dat we de materialen uit het gebouw voor 100 procent zouden willen hergebruiken. In de praktijk hebben we gekeken naar wat de grootste impact zou hebben, en dat was beton. Het was een ideaal gebouw om te demonteren: geen kolommen, alleen wanden en vloeren in een repeterend patroon.’

Hoe hebben jullie de aanbesteding aangepakt?

‘We hebben met zijn drieën anderhalf jaar twee dagen per week gewerkt aan de aanbesteding. Om te beginnen zijn we direct met de markt in gesprek gegaan. Circulariteit betekent dat de hele keten bij elkaar moet komen. Dat vroeg vooral om het voeren van veel missiegerichte gesprekken met allerlei partijen in de keten. Soms over “beren op de weg” of nieuwe businessmodellen, maar veelal ook over het “waarom”. Mensen worden enthousiast als ze weten dat ze aan een groter belang kunnen bijdragen. Van constructeur tot aannemer en van projectontwikkelaar tot sloper. We hebben allerlei werksessies georganiseerd en de vraag gesteld hoe we zouden moeten aanbesteden. We wilden van al die partijen weten wat voor hen belangrijke punten waren. Daarna zijn we individueel met hen in gesprek gegaan, omdat niet iedereen het achterste van zijn tong wilde laten zien. Het zijn soms toch ook concurrenten van elkaar. In die gesprekken konden we ook nog meer de diepte in gaan. Daaruit bleken dan ook meteen de verschillen tussen partijen in hun visie en manier van aanpakken.’

Wat waren belangrijke punten die uit de marktconsultatie naar voren kwamen?

‘Veel partijen gaven aan dat ze een doelgebouw nodig hadden waarin de betonnen kanaalplaten en wandelementen gebruikt kunnen worden. Anders zouden ze opgeslagen moeten worden en dat is kostbaar. Op het moment dat je het demontageplan gaat vaststellen, moet je weten welk doelgebouw het wordt, zodat je de technieken erop af kan stemmen. Op welke lengte moet je gaan verzagen bijvoorbeeld? We hebben de taak op ons genomen om een doelgebouw te vinden. Daarbij zijn we een paar routes ingeslagen die niet tot resultaat hebben geleid. Veel partijen hadden er ook nog niet eerder over gedacht tweedehands vloeren toe te passen. Die mindset moet om. Het moet weer normaal worden om iets te repareren en te hergebruiken. Onze eis was namelijk dat het materiaal hoogwaardig hergebruikt zou worden. In één project zou het beton bijvoorbeeld als onderlaag voor een parkeerplaats gebruikt worden. Dat wilden we niet. We zijn ook in gesprek geweest met het Rijksvastgoedbedrijf. Daar merkten we dat het niet werkt om in zo’n grote organisatie een algemene mail te sturen met de vraag wie er nog materiaal kan gebruiken. Je moet echt mensen meenemen in persoonlijke gesprekken. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft wel geholpen een protocol op te stellen.’

Tweedehands materiaal aan de man brengen is dus ook een communicatievraagstuk?

‘Zeker. Wij liepen eerst rond met materialenpaspoorten in de vorm van saaie Excels. We hebben daarom een architect gevraagd een 3D-animatie te maken met een verbeelding van de mogelijkheden voor hergebruik. Dat spreekt meer aan dan droge cijfers. Verder kwamen we erachter dat je het gewoon van de daken moet schreeuwen dat je circulair wilt delven en de materialen laten hergebruiken. Dat hebben we letterlijk gedaan door een spandoek op het gebouw te hangen met de tekst “Hier winnen we materialen voor hergebruik”. Mede daardoor kwam de gemeente Arnhem op ons af. Ze waren bezig met de bouw van een sporthal. Daarin worden de kanaalplaatvloeren uit de laagbouw verwerkt. En twee Arnhemse ondernemers benaderden ons met een plan voor vergader ‘cubes’ waarin ze onze kozijnen konden gebruiken. Mede vanwege de coronacrisis ging dat plan niet door, maar het leidde uiteindelijk wel tot een ontwerp voor een circulaire fietsenstalling waarin de kozijnen hergebruikt worden.’

En wat is er met de materialen uit de hoogbouw gebeurd?

‘Die hebben we in de markt gezet. Net als bij de aanbesteding van de andere onderdelen was de focus hierbij om een doelbestemming te hebben. In eerste instantie hebben we in een selectiefase gezocht naar drie ondernemers die intrinsiek gemotiveerd zijn voor de transitie naar de circulaire bouweconomie. De daaropvolgende gunningsfase lieten we voor 30 procent afhangen van prijs en voor 70 procent van kwaliteit. Daarbij letten we op het innovatieve karakter van de oplossing en op de garanties dat het materiaal ook echt hergebruikt zou worden. Daarvoor is een specifieke rekentool ontwikkeld gebaseerd op de R-ladder. We hebben een onderscheid gemaakt in een twintigtal materialen op basis van milieulast, CO2 of innovatief karakter. Verder vonden we het ontwikkelen en borgen van kennis voor de circulaire economie belangrijk. Daarmee hebben we de markt uitgedaagd.’

Hoe bepaal je of een bedrijf intrinsiek gemotiveerd is?

‘Er reageerden zo’n vijftien bedrijven. Deze hebben we gevraagd om referentieprojecten en naar hun bedrijfsvisie ten aanzien van een circulaire economie. Overigens wilden we niet zomaar partijen zonder referenties uitsluiten – iedereen moet ergens een kans krijgen. We zagen wel meteen onderscheid in de aanpak. Er waren laagwaardige voorbeelden bij, zoals hout van kozijnen niet hergebruiken maar verbranden om energie op te wekken. Uiteindelijk zijn we met drie partijen het gesprek aangegaan in de volgende ronde. In die gesprekken hebben we gevraagd wat ze van ons contract vonden, en waar belemmeringen zaten. Daarnaast konden ze zelf aangeven waar ze het over wilden hebben. De ene partij worstelde met het doelgebouw en de andere wilde het meer over de samenwerking hebben. Ook leefde de vraag wanneer een proces nu wel of niet circulair is.’

Op wat voor innovatieve oplossing hoopten jullie?

‘Het vergt een andere manier van samenwerken. Traditioneel werk je lineair en verticaal: van opdrachtgever naar opdrachtnemer. Nu draait het meer om gelijkwaardig met elkaar in gesprek gaan waarbij je niet direct in onderhandeling gaat, maar samen oplossingen zoekt. Sluit dan ook samenwerkingsovereenkomsten met intenties, in plaats van alles meteen dicht te timmeren in contracten. We zagen een tailor-made demontageproces voor ons, afgestemd op het brongebouw en doelgebouw. Dus niet met de sloopkogel, maar stap voor stap uit elkaar halen. Het belangrijkste voor de provincie Gelderland was vooral de bijdrage die je gezamenlijk hebt om stappen te zetten in de circulaire economie en hoe de opgedane kennis en ervaringen hierin te delen. Uiteindelijk zijn we in zee gegaan met Lagemaat, die een pand vonden waar vrijwel alle vrijkomende materialen naar toe konden. Het meest unieke is het grootschalige hergebruik van de betonnen vloeren en wanden. In totaal wordt zo’n 3.400 embodied CO2 bespaard, oftewel 68.000 autoritjes naar Parijs.’

Hoe hou je de vaart in zo’n samenwerkingsverband?

‘Ik blijf altijd het hogere belang benoemen: “dit helpt de transitie verder”. Dat motiveert. Daarnaast ben ik op zoek naar de believers, en dat hangt niet aan leeftijd. Het gaat om een cultuurverandering. De hele keten is ingericht op risico-denken en efficiency. Daarom is zo’n transitieproject als het circulair delven van Prinsenhof zo belangrijk. Het is een besloten omgeving waarin we kunnen leren wat het betekent om de transitie te maken naar een circulair model. Waar we elkaar vertrouwen en gevoel voor elkaars belangen hebben. De provinciale opdrachtgever gaf ons gelukkig de tijd en de ruimte om te ontwikkelen. Het gaat echt over pionieren in zo’n project. Dat doen we samen met allerlei partijen uit de bouwketen. Ook kennisinstellingen als ROC RijnIJssel en TU Eindhoven zijn actief betrokken de kennis te borgen. Anders gaat de transitie niet op gang komen.’

Wat zijn belemmeringen bij circulair delven en hergebruiken?

‘Bij nieuwbouwprojecten heb je te maken met verzekeraars die vragen om gebruik van materiaal dat niet ouder is dan twee jaar, en de garantie dat het tweedehandsmateriaal in orde is. Bij bouwvergunningen moeten de oude vloeren opnieuw berekend worden om te zien of ze voldoen aan het huidige Bouwbesluit. Met Lagemaat, gemeente Arnhem en leverancier Dycore (die in 1987 de vloeren van Prinsenhof leverden) hebben we daarom een protocol opgesteld dat aansluit bij de eisen van verzekeraars en bouwvergunningen. Dan heb je iets doorbroken in de traditionele manier van werken.’

Hoe ziet de businesscase eruit voor circulair slopen?

‘De businesscase verschilt per project. Tijdens de marktconsultatie gaven marktpartijen een verdeeld beeld over de kosten van circulair delven ten opzichte van traditionele sloop. De één verwachtte dat duurzame sloop twee keer goedkoper zou kunnen, terwijl de ander twee keer hoger inschatte. Er was geen peil op te trekken. Wij zijn uitgegaan van een traditioneel sloopproject met een plus voor het pionierende deel. De provincie investeert in het verschil met traditioneel slopen om de markt aan te jagen. Je kunt nu eenmaal nog niet verwachten dat een nieuwe manier van werken opweegt tegen efficiënte oude werkwijzen. Over de opbrengsten zijn we nog in gesprek. We verwachten dat het uiteindelijke verschil tussen 0% en 30% uit zal komen.

Alhoewel, door de huidige grondstoffenschaarste en energieprijzen komen we met circulair delven steeds dichter bij de kosten van traditionele sloop. Er zijn zelfs partijen die ons nu bellen of er nog tweedehands vloeren beschikbaar zijn. Een eyeopener was dat zorgvuldig slopen in plaats van met de sloopkogel veel soepeler gaat dan verwacht. Zelfs de betonnen kern wordt losgezaagd en hergebruikt in nieuwbouw. Wat je vervolgens krijgt voor de tweedehands vloeren is nu maar net wat de gek ervoor geeft. Ik verwacht wel dat er waardemodellen gaan ontstaan als duidelijker is wat grondstoffen waard zijn. De true value, de maatschappelijke meerwaarde, wordt nu onvoldoende meegewogen. De vraag naar materiaalhergebruik in nieuwe projecten zal uiteindelijk leidend zijn, en het moet makkelijker worden om nieuwbouw zo neer te zetten dat het ook te demonteren is. Daar ligt een rol voor opdrachtgevers.’

Drie adviezen voor nieuwbouwprojecten
  1. Overweeg hergebruik bij nieuwbouwprojecten;
  2. Geef de ruimte (tijd en contractvorm) aan de markt om projecten circulair te delven;
  3. En maak nieuwe projecten remontabel, zodat hergebruik in de toekomst makkelijker wordt.
Feiten en cijfers

Start sloop: 14 april 2022

Advies: IDDS, SGS Search, IMD en Cepezed

Demontage: Lagemaat

URL: https://www.gelderland.nl/prinsenhof

Overig: In 2021 namen mbo-studenten van het ROC RijnIJssel deel aan de SMART-circulair challenge met dit project als casus. Deze challenge hebben ze gewonnen.

Momenteel is het project onder begeleiding van TU Eindhoven onderwerp van het Europese onderzoek Recreate.