
Circular Hero 2026 Mirjam Schmüll: ‘Circulair bouwen begint met anders toepassen van wat er al is’
3 september 2026De vergunningspuzzel bij circulair bouwen
De vergunningspuzzel bij circulair bouwen
Het nieuwe Upcyclecentrum in Utrecht bestaat voor meer dan negentig procent uit hergebruikte materialen en het ontwerp stond daardoor niet vast. Het vergunningstraject bleek bij de bouw daarom een struikelblok. Deel 3 van een serie over de lessen die zijn geleerd bij dit circulaire bouwproject. Over het pionieren met ‘gelijkwaardigheid’ en onverwachte spoorveiligheidseisen.
In de traditionele bouwwereld is het proces lineair: een architect levert een honderd procent uitgewerkt ontwerp in, de vergunningverlener legt de meetlat van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) ernaast en geeft een klap op het dossier. Bij het Upcyclecentrum in Utrecht werkte dat niet. Omdat het een ‘dynamisch ontwerp’ betrof, waarbij materialen pas tijdens het proces werden gescout, moest de afdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) van de gemeente meebewegen.
Afleveringen in deze serie:
- Het idee en de partners
- Materiaalgedreven ontwerpen
- Vergunningen
- Bouw
- Resultaten en opschaling

Stijn te Wierik
Stijn te Wierik, strategisch beleidsadviseur VTH bij de gemeente Utrecht, legt uit dat dit een mentale omslag bij zijn afdeling vroeg: 'Circulariteit betekent dat je soms een onvolledige versie van het ontwerp indient, wetende dat er nog zaken gaan veranderen op basis van de materialen die je vindt'. Het gevaar is dat een vergunningverlener dan in de stress schiet bij zoveel onzekerheid, maar bij dit project was de bereidheid groot om mee te denken binnen de kaders van de wet. Te Wierik: 'Ik hoop dan dat mijn collega denkt: oké, we hebben nu tachtig procent, ik weet dat het kan veranderen, we houden goed contact en als er iets anders binnenkomt dan ben ik ook bereid om dat weer opnieuw uit te zetten.'
Gelijkwaardigheid
Het grootste juridische knelpunt bij circulair bouwen is het ontbreken van certificaten, legt Te Wierik uit. Op een nieuwe houten balk uit de fabriek zit een CE-markering die de sterkte garandeert, maar voor een vijftig jaar oude spant uit een zoutloods bestaat die niet. De wet biedt hiervoor echter een ontsnappingsroute: het principe van ‘gelijkwaardigheid’. De aanvrager moet dan zelf aantonen dat het hergebruikte materiaal net zo veilig is als een nieuw product. Dat kan soms streng overkomen, maar Te Wierik benadrukt het doel dat de ambtenaar nastreeft: 'Een goede vergunningverlener houdt netjes de wet naast zich en als er ergens niet klopt, dan gaat er een belletje af. Dat is het hele idee natuurlijk van de trias politica.'
Voor de brandwerende wand richting de buurman werd gewerkt met gelijkwaardigheid. Tim van Dijk van aannemer JP van Eesteren herinnert zich dit als een succesmoment: 'We hebben een gebruikte plaat toegepast waarvan we geen certificaat hadden, maar door aan te tonen dat de plaat drie keer zo dik was als vereist, ging de inspecteur akkoord.'

De bouwplaats met links de loods van de buurman
Ook van de houten spanten die in het Upcyclecentrum werden gebruikt waren geen gegevens bekend. In samenwerking met SHR (Stichting HoutResearch) heeft Movares aangetoond dat de spanten uit 1978 geschikt zijn voor de nieuwe toepassing. Onder andere zijn de sterkteklasse bepaald en de kwaliteit van de lijmnaden. Stijn Mouroulis, de constructeur van ingenieursbureau Movares: 'Op basis van het onderzoek ontstond voldoende zekerheid om de spanten toe te kunnen passen. Wel zijn de knieën van de spanten versterkt met voldraadschroeven over de hele doorsnede van het spant, in verband met de delaminatie van de lijmnaden.'
De nokhoogte
Vergunningen gaan niet alleen over techniek, maar ook over de ruimtelijke impact op de omgeving. Toen de oorspronkelijk geplande staalconstructie niet beschikbaar bleek en werd vervangen door de houten spanten van de zoutloods, ontstond er een letterlijk probleem: de nokhoogte. De houten spanten waren een meter hoger, waardoor het gebouw buiten de regels van het bestemmingsplan dreigde te vallen. Tim van Dijk merkt daarom op dat grote, beeldbepalende onderdelen zoals de hoofddraagconstructie vroeg in beeld moeten zijn, omdat deze het ontwerp bepalen dat ter goedkeuring langs de afdeling vergunningen moet. Om binnen de ruimtelijke regels te blijven, werd er uiteindelijk letterlijk een stuk van de houten spantbenen afgezaagd om de nokhoogte te verlagen.

De nokhoogte werd te hoog, daarom werden de spanten afgezaagd
ProRail
Hoewel de reguliere omgevingsvergunning al bijna rond was, werd er een aparte component over het hoofd gezien: spoorveiligheid. Omdat het gebouw vlak naast de spoorbaan ligt, moest ProRail toestemming geven. Architect Sietse van der Spuij, die als eerste een vergunningaanvraag indiende voor het project, geeft toe dat dit een leermoment was: 'Daar had ik geen enkele ervaring mee, dus die heb ik over het hoofd gezien. Dat heeft ook tot vertraging geleid'. ProRail moet namelijk vaststellen dat de bouwactiviteiten – zoals het inzetten van een kraan – geen gevaar zouden opleveren voor het treinverkeer. Het traject zorgde voor weken vertraging, terwijl de aannemer al klaarstond om te beginnen.
De pre-toets
Om te voorkomen dat dit soort projecten volledig vastlopen in deze complexe materie, wordt er gebruikgemaakt van een ‘pre-toets’ of omgevingsoverleg. Dit is een informeel voortraject waarbij de architect en aannemer al met de brandweer, constructeurs en stedenbouwers om tafel gaan vóórdat de officiële aanvraag wordt ingediend. 'Op die manier wordt eigenlijk de vergunning al rondgemaakt,' legt Te Wierik uit. Bij zo’n overleg is het doel volgens hem vooral 'informeren, niet raadplegen' om draagvlak te creëren voor de keuzes die worden gemaakt. Dankzij deze aanpak konden wijzigingen, zoals de wisseling van staal naar hout, worden besproken zonder dat er telkens een volledig nieuwe vergunningsprocedure van zes tot acht weken hoefde te worden opgestart.
Alle betrokkenen prijzen de flexibiliteit van de afdeling VTH. Willem Zaat, projectmanager namens de gemeente: 'De inspecteur controleerde de essentiële zaken van veiligheid en brandveiligheid, niet de details of een raam 10 centimeter naar links of rechts stond.' En Tim van Dijk stelt dat je partijen zoals de inspecteur van VTH hard nodig hebt om zaken voor elkaar te krijgen die buiten je eigen directe macht liggen.
De lessen uit de vergunningsfase
- Betrek VTH vanaf de eerste schets: Gebruik een omgevingsoverleg om de haalbaarheid van circulaire ambities vooraf te toetsen bij de brandweer en constructeurs.
- Gebruik de 'pre-toets' voor flexibiliteit: Een open vergunningstraject met pre-toets staat toe dat het ontwerp op ondergeschikte onderdelen wijzigt zonder dat er een nieuwe aanvraag nodig is.
- Anticipeer op gelijkwaardigheid: Zorg voor budget en tijd voor onafhankelijke onderzoeken (zoals houtboringen) om de veiligheid van materialen zonder certificaat te bewijzen. (Dit geeft wel materiaalverlies.)
- Check externe autoriteiten vroegtijdig: Inventariseer direct of er extra vergunningen nodig zijn voor bijvoorbeeld spoorveiligheid (ProRail) of waterbeheer om vertraging in de uitvoering te voorkomen.
- Maak gebruik van tijdelijkheid: Tijdelijke gebouwen (tot 15 jaar) worden vaak minder streng getoetst op gebieden als energieprestatie en isolatie dan permanente nieuwbouw, wat hergebruik vergemakkelijkt.
- Communiceer met de buren: Bij innovatieve bouw op krappe locaties is vroegtijdige afstemming met omwonenden cruciaal om bezwaren over bijvoorbeeld nokhoogtes of brandveiligheid voor te zijn.
- Wijs welstandvrije zones aan: Volgens Te Wierik zou het aanwijzen van industrieterreinen als welstandvrij het proces enorm versnellen: 'Elke keer moet je weer beginnen over de kleur van je dakgoot of wat dan ook. Dat mag wat mij betreft soepeler'.
- Lobby voor betere wetgeving: Voor grootschalige opschaling is aanpassing van het BBL nodig, zodat circulaire materialen (met bijvoorbeeld een materialenpaspoort) makkelijker geaccepteerd worden. Te Wierik droomt van het ideale scenario: 'Als op mijn paspoort staat dat dit product 50 jaar lang een CE-markering heeft (...) dan zijn we natuurlijk klaar. Dan denkt de vergunningverlener: hé, het voldoet aan de wet, hier heb je je stempel, succes met de bouw'.







