Circulaire Peiler: een scoremodel voor circulariteit

‘Maak circulariteit onderdeel van het project.’ Dat was een van de eisen van waterschap Vallei en Veluwe bij de versterking van de Grebbedijk. Hoe pak je zoiets aan? En wanneer is een dijk eigenlijk circulair? Het projectteam kwam er niet uit en besloot hier zelf een scoremodel voor te bouwen. Dat werd de Circulaire Peiler. Na een geslaagde toepassing bij de Grebbedijk kunnen ook andere projecten zich melden om de tool te gebruiken.


Categorie: Interviews
Door: Fimke Duursma, 30 september 2020

De Grebbedijk ligt tussen Wageningen en Rhenen. Een stuk van 4,5 kilometer moet worden versterkt om te voldoen aan de eisen voor waterveiligheid. Naast de dijkversterking worden ook andere kansen en ambities voor het gebied meegenomen. Dankzij de Circulaire Peiler konden de circulaire prestaties van de kansrijke alternatieven eenvoudig met elkaar worden vergeleken. De goed scorende maatregelen kregen een plek in het voorkeursalternatief voor de gebiedsontwikkeling van de Grebbedijk.

Circulaire ontwerpprincipes

De Circulaire Peiler is kortgezegd een Excel-tool die circulaire prestaties vertaalt naar een score. De peilstok gaat tot 100. Hoe meer maatregelen die de circulariteit vergroten, hoe hoger het peil. De basis voor de Circulaire Peiler zijn de acht circulaire ontwerpprincipes van Rijkswaterstaat en Witteveen+Bos. Denk aan principes als ‘Niet doen wat niet echt hoeft’, ‘Ontwerp toekomstbestendig’ en ‘Verleng de levensduur van bestaande objecten’ (zie ook figuur 1). Aan deze circulaire ontwerpprincipes zijn prestaties gekoppeld die een score opleveren op basis van kwalitatieve en kwantitatieve beoordelingen, iets wat nog niet eerder is gedaan.

Voldoen aan de doelstelling voor 2030

Het uitgangspunt voor de tool is de Europese en nationale klimaatdoelstelling voor 2030, namelijk 50% minder grondstoffen gebruiken dan in 1990. 'We wilden iets kunnen zeggen over hoe een project op dit vlak presteert', vertelt Marten Hoeksema, technisch manager Grebbedijk. 'Met de Circulaire Peiler maken we inzichtelijk wat een project doet, of kan doen, op het gebied van circulariteit. Er komen kwantitatieve scores uit, zoals de daadwerkelijke CO2-uitstoot, maar ook scores op basis van kwalitatieve proces-indicatoren. Als je project maximaal scoort, heb je er alles aan gedaan om bij te dragen aan de circulaire doelstelling voor 2030.'

De Circulaire Peiler is geschikt voor alle fasen van een project: van verkenning tot onderhoud. In elke fase verschilt de weegfactor van de circulaire ontwerpprincipes. Hoeksema legt uit: 'In de verkenningsfase valt er bij preventie het meest te winnen. Later weegt bijvoorbeeld hergebruik van materiaal zwaarder.' Vertaal je dat naar de R-ladder van circulariteit, dan verschuift het zwaartepunt van Refuse naar Reuse. 'Toen we begonnen, dachten we dat circulariteit vooral iets voor de realisatiefase was. Inmiddels we zijn er heilig van overtuigd dat de grootste klapper in de verkenningsfase zit.'

'Het mooie aan deze tool is dat het een soort Circularity Readiness Level van het project of de organisatie laat zien: de mate waarin actief is gestuurd op het meest circulaire resultaat. Daarnaast is de tool bruikbaar als wegwijzer om circulaire keuzes te maken.

Machiel Crielaard, adviseur circulaire economie GWW, Rijkswaterstaat

Naast de circulaire ontwerpprincipes zijn er nog andere bestaande methoden in de Circulaire Peiler verwerkt. Hoeksema: 'Voor het berekenen van de Milieu Kosten Indicator (MKI-waarde) en de CO2-impact hebben we gebruik gemaakt van DuboCalc. Omdat circulariteit onvoldoende in DuboCalc werd meegenomen, hebben we er nog een subcriterium aan vastgehangen om het hergebruik bij einde levensduur mee te kunnen nemen.' De scores worden per ontwerpprincipe weergegeven. Zo zijn de kansrijke alternatieven (KA) en het voorkeursalternatief (VKA) eenvoudig met elkaar te vergelijken op hun circulaire prestaties (zie figuur 1). Meer informatie over de scores, weging en berekeningen met de Circulaire Peiler is te vinden in de Achtergrondrapportage Circulaire Peiler van de Grebbedijk.

Circulaire winst door preventie

Het projectteam van de Grebbedijk paste de Circulaire Peiler toe op de verkenningsfase. De preventiemaatregelen (Refuse) leverden meteen al een winst van 30% op ten opzichte van de initiatieffase. Hoe kom je tot zo’n score? Hoeksema: 'De Grebbedijk moest 1,5 meter hoger, breder en sterker. Vanuit het principe ‘preventie’ neem je zoiets niet zomaar aan, maar kijk je of er ruimte in de scope zit. Zijn er innovaties waardoor we de dijk minder hoog kunnen maken? Hoe stevig is de bodem? Want hoe steviger de bodem, hoe minder materiaal je erop hoeft te leggen. Zo hebben we voor het buitentalud een mooie preventie-oplossing kunnen bedenken. Zonder steenbekleding te gebruiken, is hij toch stormbestendig door er een extra kleilaag op te leggen. De kleilaag dient als extra buffer als het gras kapot gaat bij een zware storm. Daarnaast is gras in plaats van stenen ook beter voor de biodiversiteit. Je moet je telkens bewust zijn van de bedoeling: waar is een dijk voor? Om de bewoners achter de dijk te beschermen. Een beetje schade is dus niet erg.'

Goede klei uit eigen gebied

De gebruikte klei komt uit het gebied zelf, waarmee CO2-uitstoot door transport wordt voorkomen. 'We hebben onderzocht waar de beste klei zat', vertelt Hoeksema. 'Op die plek gaan we een nevengeul uitgraven. Dat past binnen een project van de Kaderrichtlijn Water om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. We gaan dus nieuwe natte natuur maken én de vrijgekomen klei gebruiken bij de dijkversterking.' Een betere ecologische waterkwaliteit draagt bij aan de klimaatbestendigheid. Daarmee past de maatregel bij het circulaire ontwerpprincipe ‘Ontwerp toekomstbestendig’.

Het Grebbedijk-project is dankzij de Circulaire Peiler al tot mooie circulaire oplossingen gekomen, maar er valt ook nog wat te winnen. Om precies te zijn 26%: 'We hopen uiteindelijk op een CPI van 100 uit te komen', zegt Hoeksema, 'maar daarvoor moeten we hard aan het werk. We hebben bijvoorbeeld nog te weinig aandacht besteed aan de huidige damwanden. Als we dat materiaal goed kunnen hergebruiken, maken we alweer een stap. Een ander inzicht is dat we een compleet materialenpaspoort voor de planuitwerking moeten gaan maken.'

Meld je aan!

De Circulaire Peiler heeft zich bij de Grebbedijk bewezen als handige tool om een project circulair uit te voeren en de verschillende alternatieven eenvoudig met elkaar te kunnen vergelijken. Het projectteam wil de tool graag verder doorontwikkelen en heeft daar al een paar aanknopingspunten voor, vertelt Hoeksema: 'Begin dit jaar heeft de Commissie m.e.r. een aantal aanbevelingen gedaan om de tool verder te verbeteren, zoals meer verdiepen in de aard en de oorsprong van de grondstoffen. Daar gaan we verder mee aan de slag. Daarnaast zoeken we andere projecten die de Circulaire Peiler willen gebruiken, zodat we hem verder kunnen aanscherpen op basis van gebruikerservaringen. Dat mogen dijkversterkingen zijn, maar het liefst ook andere GWW-projecten. Wil je de tool gebruiken, meld je dan bij mij aan!'

Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Marten Hoeksema: MHoeksema@vallei-veluwe.nl.

Meer lezen over de Circulaire Peiler

  • Rapport over de Circulaire Peiler op Grebbedijk.com
  • Achtergrondrapportage van de Commissie m.e.r.
  • Artikel in Water Governance (p. 12)
  • Hoe werkt de Circulaire Peiler?

    De Circulaire Peiler is een tool die de acht circulaire ontwerpprincipes vertaalt naar prestaties, die vervolgens een score krijgen. Zes van de acht principes leveren een kwalitatieve score op in de vorm van de voortgang van het proces. De overige twee principes worden gekwantificeerd via de milieuprestatie, de CO2-uitstoot en de circulariteit. De totaalscore wordt uitgedrukt in de index van het circulaire peil (CPI). De maximale CPI is 100. De Circulaire Peiler is te gebruiken in elke fase van een project, waarbij de weegfactor van de principes telkens verschilt.

    30 september 2020

    Circulaire Peiler: een scoremodel voor circulariteit

    De Circulaire Peiler is een tool die acht circulaire ontwerpprincipes vertaalt naar prestaties, die vervolgens een score krijgen. De Circulaire Peiler heeft zich bij de Grebbedijk bewezen als handige tool om een project circulair uit te voeren en de verschillende alternatieven eenvoudig met elkaar te kunnen vergelijken.
    30 september 2020

    Juridisch onderzoek naar mogelijkheden voor duurzaamheidsprestatie-eis voor gebouwen

    De Universiteit Utrecht heeft op verzoek van RVO, in het kader van het Transitieprogramma Circulaire Bouweconomie onderzocht of er juridische belemmeringen zijn voor het stellen van een integrale duurzaamheidsprestatie-eis in de bouwregelgeving
    29 september 2020

    ‘Arbeid in circulaire bouw moet goedkoper’

    Circulair bouwen is arbeidsintensief. Verschuiving van belasting op arbeid naar niet-duurzaam gebruik van grondstoffen zou de circulaire businesscase moeten verbeteren. Cécile van Oppen, medeoprichter van Copper8, onderzoekt met partners in een pilot wat daarvoor nodig is.
    28 september 2020

    Maarten Schäffner: ‘Circulariteit geeft een gebied toegevoegde waarde, een groene ziel’

    'Traditionele bouwmaterialen kun je niet ineens biobased maken, want er hangen zoveel enorme belangen aan: het gaat om een hele keten die er zijn brood mee verdient.' Dat zegt Maarten Schäffner (Koninklijke NLIngenieurs), lid van het Transitieteam Circulaire Bouweconomie, in deze video over de kansen voor circulaire bouw.
    28 september 2020

    Otto Friebel: ‘Creëer een kennisdatabank, gevuld met praktische ondernemingservaringen’

    'Er is nog een heleboel te winnen op ontwerp en materiaalgebruik. Van veel hybride materialen weten we nu nog niet hoe we die over 30 jaar uit elkaar moeten gaan halen.' Dat zegt Otto Friebel (BRBS Recycling),lid van het Transitieteam Circulaire Bouweconomie, in deze video over de kansen voor circulaire bouw.
    24 september 2020

    Rapport brengt materialenpaspoort voor de GWW-sector weer een stap dichterbij

    Waar moet een materialenpaspoort aan voldoen, waarbij kun je het gebruiken en hoe worden gegevens vastgelegd? Die vragen werden afgelopen jaar onder de loep genomen door elf infrabouwbedrijven en negen opdrachtgevers bij veertien pilotprojecten. Hun bevindingen zijn te vinden in het rapport 'Lessons Learned Materialen Expeditie'