
Pionieren op de steiger
15 september 2026Resultaten van het Upcycleproject
Resultaten van het Upcycleproject
Het Upcyclecentrum in Utrecht staat. Met een hergebruikpercentage van ruim negentig procent is het een bewijs dat circulair bouwen op grote schaal mogelijk is. Maar de waarde van dit project zit in meer dan alleen de hergebruikte houten spanten en NS-treinramen. De echte winst ligt in de CO2-besparing, de ambities van de partners en de blauwdruk die het biedt voor de rest van de stad. Het vijfde en laatste deel van een serie over de oogst van een uniek pionierstraject.
Hoewel circulair bouwen momenteel vaak nog arbeidsintensiever is dan traditionele bouw, levert het een maatschappelijke waarde op die in de reguliere boekhouding meestal onzichtbaar blijft. Voor het Upcyclecentrum is die waarde concreet gemaakt via een uitgebreide analyse. De keuze voor hergebruik in plaats van aanschaf van nieuwe materialen heeft geleid tot een CO2-besparing met een berekende waarde van 77.000 euro op een bouwbudget van circa 320.000 euro.
Volgens projectmanager Willem Zaat is dit de richting waar de hele sector naartoe moet. ‘Als je uitrekent wat de CO2-besparing is, kun je veel meer waarde creëren, zowel in je nieuwe gebouw als in je sloop,’ stelt hij. Het project bewijst dat afgedankte materialen geen afval zijn, maar waardevolle bouwstoffen die een tweede leven verdienen.
Het materialenpaspoort
Een van de meest tijdrovende onderdelen van het project was het aantonen van de veiligheid van materialen zonder certificaat, zoals de vijftig jaar oude houten spanten, het NS-glas en de perronplaten op de vloer. Er moesten uitgebreide onderzoeken worden gedaan door SHR en ingenieursbureau Movares om de minimaal aanwezige materiaaleigenschappen van het hout en de lijm van de spanten te achterhalen. Het achterhalen van de juiste tekeningen van het NS-glas en de perronplaten op de vloer en het vervolgens veilig toepassen was ook een uitdagende puzzel.
Afleveringen in deze serie:
- Het idee en de partners
- Materiaalgedreven ontwerpen
- Vergunningen
- Bouw
- Resultaten en opschaling
Vergunningsadviseur Stijn te Wierik ziet hierin een cruciale les: de noodzaak van materialenpaspoorten. Als materialen bij nieuwbouw direct worden voorzien van een digitaal paspoort waarin kwaliteit en CE-markeringen zijn vastgelegd, wordt hergebruik in de toekomst ‘een eitje’ voor vergunningverleners. ‘Dan denkt de vergunningverlener: hé, het voldoet aan de wet, hier heb je je stempel, succes met de bouw,’ aldus Te Wierik.
Upcyclecentrum 2.0
De lessen van het gebouw aan de Cartesiushof worden direct toegepast bij de realisatie van het tweede Upcyclecentrum in Lunetten. Om het 'timing-probleem' en kostbaar rekenwerk te voorkomen, is de hoofddraagconstructie voor dit gebouw – een oude caravanopslag – al aangekocht nog vóórdat er een architect aan te pas kwam.
‘Hierbij rest’, aldus Stijn Mouroulis van Movares, ‘alleen het toetsen van de hoofddraagconstructie aan de eisen die vanuit de nieuwe functie gesteld worden en aan locatie specifieke condities’.
Ook de organisatie is gestroomlijnd: de afdeling Vastgoed van de gemeente Utrecht neemt nu de uitvoering over van Team Circulair. De leverancier van de gedemonteerde hoofddraagconstructie krijgt voor Lunetten één integrale opdracht voor demontage, transport en opslag, waardoor onduidelijkheid over verantwoordelijkheden wordt voorkomen. Waar de focus bij het eerste gebouw lag op hergebruik, verschuift deze in Lunetten naar biobased bouwen met natuurlijke materiaalstromen.
Versnelling in de keten
Misschien wel het meest opvallende resultaat is de cultuuromslag bij de betrokken partijen. Aannemer J.P. van Eesteren was door de ervaringen zo enthousiast dat het bedrijf bij de sleuteloverdracht aankondigde in 2032 volledig circulair te willen werken. ‘Doordat je dit een keer gedaan hebt, ga je veel sneller kansen voor hergebruik herkennen in andere projecten,’ zegt projectorganisator Tim van Dijk.
Voor grootschalige opschaling is echter meer nodig dan alleen enthousiaste koplopers. Architect Sietse van der Spui pleit voor een nationaal dekkend netwerk van 'bouwhubs' voor tussenopslag en één centraal platform – een soort Funda voor bouwmaterialen – om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen.
De rol van de overheid
Uiteindelijk ligt de sleutel voor massa-adoptie bij regulering en opdrachtgeverschap. ‘Pas als de gemeenten of overheden eisen gaan stellen, gaan marktpartijen aan de slag,’ merkt projectmanager Willem Zaat op. Beleidsadviseur VTH Stijn te Wierik vult aan dat het aanwijzen van welstandvrije zones op industrieterreinen het proces enorm kan versnellen: ‘Elke keer moet je weer beginnen over de kleur van je dakgoot... Dat mag wat mij betreft soepeler’.
Het Upcyclecentrum is daarmee niet alleen een nieuw gebouw van oude materialen, maar ook een startpunt voor een nieuwe manier van denken over de stad van de toekomst.
De lessen van het Upcylceproject: Wat is er nodig voor opschaling?
- Overheid als launching customer
Pas als overheden circulaire eisen dwingend opnemen in aanbestedingen en zelf het goede voorbeeld geven, komt de markt echt in beweging. - Investeer in bouwhubs
Voor grootschalig hergebruik is een netwerk van locaties nodig waar materialen tijdelijk kunnen worden opgeslagen, gecontroleerd en bewerkt. - Lobby voor soepeler wetgeving
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) moet worden aangepast zodat circulaire materialen met een paspoort makkelijker geaccepteerd worden. - Professionaliseer de keten
Sloopbedrijven moeten transformeren naar demontagebedrijven die materialen met zorg oogsten in plaats van ze te verbrijzelen. - Welstandvrije zones
Het aanwijzen van industrieterreinen als welstandvrij kan het vergunningstraject voor innovatieve circulaire projecten aanzienlijk versnellen.















