BIOINSTRUM
Circulaire voorbeeldprojecten – Friesland
12 mei 2022
Circulaire viaducten bouw je samen
Circulaire bruggen en viaducten: van open leeromgeving tot buyer group
9 juni 2022

‘Blijf niet eindeloos sleutelen aan de huidige bepalingsmethode’

Bas van de Griendt

'Blijf niet eindeloos sleutelen aan de huidige bepalingsmethode'

Hoe kunnen diverse aspecten van circulariteit een plek krijgen in de bestaande instrumenten om milieu-impact te berekenen? Die onderzoeksvraag kreeg Bas van de Griendt, expert op het gebied van duurzaamheid en eigenaar van Stratego Advies, vanuit het Transitieteam Circulaire Bouweconomie. Zijn antwoord, kort samengevat: blijf niet eindeloos sleutelen aan de huidige bepalingsmethode, maar bouw meer prikkels in die circulair bouwen bevorderen.


Categorie: Achtergrond Interviews
Door: redactie, 18 mei 2022

Dit artikel verscheen eerder in het Stadsblad 2022.

De huidige wijze om de milieu-impact van bouwwerken te meten, is in een stelsel van instrumenten gevat, waarvan de Bepalingsmethode Milieuprestatie van Bouwwerken de kern vormt samen met de NMD-database en bijbehorende rekeninstrumenten. Maar voor het meten van circulariteit is die methode niet altijd toereikend. Dit geldt bijvoorbeeld voor losmaakbaarheid – de mate waarin een gebouw uit elkaar kan worden gehaald om componenten opnieuw te gebruiken. Voor circulariteit een belangrijk aspect, maar in de gangbare beoordelingsmethode voor milieuprestatie van gebouwen komt dat vaak nauwelijks tot uitdrukking.

Ook de levensduur van een bouwwerk wordt niet altijd op de juiste wijze meegewogen. Stel, je zet een gebouw neer dat qua duurzaam materiaalgebruik niet optimaal scoort, maar wel vele decennia of misschien zelfs eeuwen meegaat. Uit circulair oogpunt prima, maar de milieuprestatie zal als minder worden beoordeeld.

Milieueffecten doorrekenen

Van de Griendt, voormalig manager duurzaamheid bij BPD en oud-lid van het Transitieteam Circulaire Bouweconomie, kreeg de vraag hoe circulaire aspecten toch een rol kunnen krijgen in de bestaande rekenmethode. Hij dook in het vraagstuk op basis van een bureaustudie, interviews met stakeholders en twee expertmeetings met deskundigen op het gebied van circulair bouwen. ‘Mijn conclusie op hoofdlijnen is dat het belangrijk is om doel en middel te onderscheiden. De huidige bepalingsmethode is een middel om de milieueffecten van bouwwerken door te rekenen. Verschillende aspecten van circulariteit zitten daar al in of kunnen relatief eenvoudig worden toegevoegd. Maar het heeft weinig zin om eindeloos te blijven sleutelen aan de methodiek, omdat daarmee het doel – een circulaire bouweconomie in 2050 – niet direct dichterbij komt. Veel belangrijker is om het belang van circulariteit voor een veel bredere groep van partijen in de bouwketen toegankelijk te maken, zodat ze ermee gaan werken. Gebruik de bepalingsmethode liever voor tooling dan voor toetsing.’

Een van zijn adviezen is om meer inzicht te geven in de toegepaste materiaal- en grondstoffenstromen bij een bouwwerk. ‘De huidige methode drukt de milieu-impact van een bouwwerk voor de gehele levensduur uit in één getal. Ze stelt geen eisen aan het ontwerp, bouwmethoden en -technieken. Inzicht in welke materialen voor welke bouwdelen in welke mate aan die milieueffecten bijdragen, kan marktpartijen prikkelen om na te denken over het gebruik van grondstoffen en materialen, gebouwen anders te gaan ontwerpen en productieprocessen anders in te richten. Waarschijnlijk is het effect hiervan veel groter als het er om gaat de bouw in beweging te krijgen voor een circulaire bouweconomie.’

Het onderzoek van Bas van de Griendt heeft de basis gevormd voor een oplegnotitie, die is vastgesteld door het Transitieteam. Naar belangrijkheid zijn de adviezen geordend in de notitie opgenomen. Een groot deel van de adviezen wordt op dit moment uitgevoerd.

Download: