Gezocht: integrale methodiek voor energieconcept en MPG

Het is een huwelijk met de allerbeste intenties, toch zitten ze elkaar geregeld (en onbedoeld) flink in het vaarwater: de MPG-score en het duurzame energieconcept. Terwijl ze hetzelfde doel voor ogen hebben, namelijk de milieu-impact verlagen. Deel 1 uit onze serie over 'Koplopers': de zoektocht naar een integrale aanpak.


Categorie: Interviews
Door: Machiel Rebergen, 17 oktober 2022

'Men kiest bij het ontwerp voor projecten aan de voorkant vaak voor één dominante strategie: óf men stuurt op een lage MPG-score, óf op energie-efficiëntie. Een keus voor de één gaat vaak ten koste van de ander. Met extra installaties, isolatie of meer PV-panelen gaat je energieprestatie vooruit, maar je gebruikt ook meer materiaal, waarmee de MPG-score toeneemt.'

Aldus Ruben Zonnevijlle, programmamanager circulariteit bij de Dutch Green Building Council (DGBC). Hij leidde namens zijn organisatie het onderzoek naar 'koplopers' in de markt – specifiek voor utiliteitsbouw. De conclusie verbaasde hem niet. In het onderzoek kwam hij een treffend praktijkvoorbeeld tegen: 'We zagen een project dat eigenlijk triple glas wilde gebruiken. Goed voor de energie-efficiëntie natuurlijk, maar men zag er toch van af omdat de MPG-score daardoor te hoog werd.'

Energie + materialen

Maar we willen juist beide ambities een stap verder brengen, zegt hij. 'Daarom moeten we naar een systeem toe waarin ze elkaar ondersteunen. We moeten toch een manier vinden om die appels en die peren met elkaar te vergelijken.'

Tijd dus voor een integrale methodiek die beide inspanningen beloont. Dat onderschrijft ook Rianne van der Veen, die namens W/E Adviseurs de onderzoekskar trok. 'Vanuit W/E adviseurs hebben we hiervoor de MPG+-methodiek ontwikkeld. Daarbij wordt het energieverbruik van het gebouw ook meegeteld. Dus energie + materialen. Dat is eerlijker en realistischer. Met de MPG+ kan de balans tussen energie en materiaal worden gezocht. Een energiezuinig gebouw wordt zo beloond, ook als er meer materialen voor nodig zijn. Er wordt nu onderzocht hoe zo'n integrale methode toegepast kan worden in beleid en wetgeving.'

'De ontwerpkeuzes van de combinatie, MPG én energieconcept, moeten als totale impact in één methodiek tot uitdrukking komen', zegt Zonnevijlle. 'Ik denk overigens dat dit integrale systeem niet de basis van beide ambities moet vervangen, want die zijn beide heel nuttig. Ze moeten geïntegreerd worden.'

Volgens Rianne van der Veen hebben de onderzoeken al aangetoond dat de ene ambitie de andere helemaal niet dwars hoeft te zitten: 'We zagen zeker projecten waarbij een lage MPG en een laag energieverbruik samengaan. Het kan dus wel. Bijvoorbeeld woningen met passieve verwarming, waar weinig installaties en weinig zonnepanelen nodig zijn. Er kan veel worden bereikt door in een vroeg stadium van het ontwerp integraal te optimaliseren op het energieconcept. Zo kan worden gestuurd op een ontwerp met een goede energieprestatie én een lage MPG.'

We zagen zeker projecten waar een lage MPG en laag energieverbruik samengaan. Het kan dus wel.

Rianne van der Veen

PV-panelen deels meetellen

Een energieneutraal gebouw bereik je meestal door het gebruik van warmtepompen en PV-panelen. Daarvoor zijn relatief veel materialen en installaties nodig. 'En die tikken allemaal aan op de MPG-meter', zegt Rianne van der Veen, 'want de MPG-score gaat heel direct over de impact van de materialen op het milieu.'

In haar onderzoeksrapport benoemt ze dat ook: 'Met name PV-panelen hebben een zware milieulast; bij enkele geanalyseerde projecten zijn PV-panelen verantwoordelijk voor circa 50% van de MPG.'

Dit effect is evident ongewenst, zegt Van der Veen. 'Ons advies is een aanpak waarin je de PV-panelen slechts gedeeltelijk meetelt. Bijvoorbeeld alleen het gedeelte dat nodig is voor de gebouwgebonden energie.'

Boete op incomplete data

En dan is er nog 'de boete op categorie 3' van de MPG-productkaarten in de Nationale Milieudatabase. De waardes in deze categorie zijn vooralsnog 'geïnformeerde schattingen'. De producten die hierin vermeld staan, zijn namelijk nog niet getoetst door een onafhankelijke auditor. Daarom krijgen ze in de MPG-berekening een opslag van 30 procent. Projecten die een ruim aantal PV-panelen in het ontwerp hebben opgenomen, zien daarmee dus een toeslag op de score terug.

DGBC benoemt dit knelpunt in het onderzoeksrapport: 'Technische installaties en PV-panelen zijn zeer beperkt beschikbaar in MPG-database en vallen grotendeels onder de cat. 3 data, waardoor ook de boetefactor (30%) een rol speelt.'

Blijven deze verhoudingen onveranderd, dan treden er volgens beide kenners bijna zeker ongewenste effecten op. Het kan namelijk lonen om zo weinig mogelijk PV-panelen te gebruiken: net genoeg om aan de wettelijke eis te voldoen, maar zo dat je toch vooral netstroom gebruikt. 'En dat is toch niet wat we als samenleving voor ogen hebben', zegt Van der Veen. 'Daarom stimuleren we producenten van PV-panelen en andere producten om hun producten te laten opnemen in de NMD, zodat de opslag van 30% eraf gaat. Voor installaties loopt een project om levenscyclusanalyses (LCA's) te maken, zodat er hiervoor getoetste producten in de NMD komen. En voor overige producten zoals PV-panelen is subsidie beschikbaar voor het laten uitvoeren van een LCA.'

Effectief ruimtegebruik

Tijdens het onderzoek heeft DGBC ook gekeken naar renovatieprojecten in de kantoren. 'In die markt wordt vaker gerenoveerd. Je ziet dat de MPG-score daar aan de voorkant gunstiger is, omdat je minder nieuwe materialen gebruikt. Een renovatieproject geeft overigens wel minder speelruimte voor een ambitieus energieconcept.'

Daarnaast heeft de schaalgrootte van een gebouw een doorslaggevende invloed op de score binnen de huidige methodiek. Hoe groter een gebouw, des te lager de MPG-impact per vierkante meter. Dit geldt voor bedrijfshallen en voor woningen.

'Effectief grond- en ruimtegebruik, door bijvoorbeeld binnenstedelijk de hoogte in te gaan of tiny houses te ontwikkelen, wordt nu afgestraft in de MPG', stelt Zonnevijlle vast. 'En dat terwijl we binnenstedelijke oplossingen en efficiënt grondgebruik willen stimuleren. Kortom, naast de appels en peren van energie en materialen, zijn er nog andere aspecten die een rol spelen voor onze duurzaamheidsopgave.'

Hij benadrukt tot slot dat het belangrijk is 'dat we ook de CO2-impact van nu' in ogenschouw moeten nemen. 'Hoe meer niet-duurzaam geproduceerd materiaal, des te moeilijker halen we onze klimaatdoelen.'

Verantwoording: Onderzoek koplopers in MPG

De uniforme meetlat voor circulair bouwen, de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG), is volop in ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor de Nationale Milieudatabase (NMD), waarin uiteindelijk alle elementen opgenomen moeten worden waaruit het gebouw is opgebouwd. De optelsom van die elementen bepaalt de MPG-score.

De RVO heeft twee studies laten uitvoeren naar 'koplopers': bouwprojecten waarbij een zeer lage MPG-score werd behaald. Daaruit worden lessen getrokken die helpen de ambitie 'Nederland circulair in 2050' te realiseren.

De Dutch Green Building Council (DGBC) deed onderzoek naar utiliteitsgebouwen. W/E Adviseurs voerde het onderzoek naar woningbouwprojecten uit.

Uit de onderzoeken werden vijf hoofdconclusies getrokken. Dit artikel behandelt conclusie 1:
Een belangrijke uitkomst voor woningbouw en kantoren is de relatie tussen MPG en het energieconcept. Projecten met een hoge ambitie op energie / BENG (nul op de meter), gaan ten koste van de scope op MPG, en vice versa. Een integrale methodiek over de prestatie van energie en materialen (“MPG+ of WLC”) kan helpen.

11 oktober 2022

Voorselectie voor de Nationale Houtbouwprijs 2022 bekendgemaakt

De jury van de Nationale Houtbouwprijs 2022 heeft de voorgeselecteerde projecten bekendgemaakt. De projecten zijn ingedeeld in drie categorieën. Uit deze voorselectie kiest de jury de genomineerden waaruit de uiteindelijke awardwinnaars gekozen zullen komen.
5 oktober 2022

SER-verkenning: Zonder versnelling van de grondstoffentransitie worden klimaatdoelen niet gehaald

De manier waarop we nu omgaan met energie, grondstoffen en materialen leidt tot klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en milieuproblemen. Om deze grote duurzaamheidsopgaven op te lossen moeten de energietransitie en de grondstoffentransitie samen worden aangepakt. Dat gebeurt nu nog onvoldoende.
4 oktober 2022

Kennisplatform Circulaire Economie voor medeoverheden

De Verschilmakers is het nieuwe kennisplatform van IPO, VNG, de Unie van Waterschappen en Circulaties. Een platform gemaakt door en voor medeoverheden om in eigen organisatie, met regionale bedrijven en inwoners (consumenten) het hoofd te bieden aan de vele uitdagingen die op de samenleving en medeoverheden afkomen.
3 oktober 2022

De eerste stappen richting circulaire nieuwbouw – 2 koplopers aan het woord

Om circulair bouwen te bevorderen, hebben 4 woningcorporaties de koppen bij elkaar gestoken. Onder begeleiding van RVO vormen ze een zogenaamde Buyer Group. Peter Wories, conceptontwikkelaar bij het Noord-Hollandse Woonwaard en projectmanager Nieuwbouw Judith Consen van KleurrijkWonen in Rivierenland en Alblasserwaard-Vijfheerenlanden vertellen over de vorderingen.
3 oktober 2022

De ART asfalteert circulair en klimaatneutraal

Op zaterdag 21 mei werd de asfalt recycling trein (ART) ingezet op de A73 tussen Boxmeer en Venray. Een primeur voor Nederland, want niet eerder werd ter plekke de volledige deklaag gerecycled én opnieuw aangelegd. Miriam Frosi, innovatiemanager bij RWS: 'Dat maakt mij heel erg trots.'
28 september 2022

Het meeste halen uit de MIA\Vamil-regeling

De Milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving (MIA\Vamil) biedt bedrijven fiscaal voordeel op de aanschaf van milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Ook voor bouwmaterialen of woningen en gebouwen als geheel staat de regeling open. Lente-akkoord 2.0 wil de regeling toegankelijker maken voor marktpartijen die circulair bouwen.
23 september 2022

Circulair opdrachtgeverschap in de regio: ‘Meer nodig dan ooit’

Een volledig duurzame regio: daar gaat de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen voor. Maar hoe word je circulair opdrachtgever? En wat is de meerwaarde van regionale samenwerking?