sbir circulaire viaducten
Circulaire viaducten bouw je samen
29 juni 2021
Vincent Gruis 600
Voorzitter transitieteam: ‘We moeten op veel terreinen nog de succesformule vinden’
6 juli 2021

Materialen matchen via de bouwhub

Jeroen van der Waal 600

Materialen matchen via de bouwhub

Bouwhubs zijn een schakel tussen vraag en aanbod van secundaire materialen. Wat zijn de ervaringen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) met zulke opslagplaatsen? Jeroen van der Waal, adviseur Gemeente Amsterdam, deelnemer MRA en lid van Transitieteam CBE: ‘Van gebakken klinkers kun je zeventig procent hergebruiken.’


Categorie: Achtergrond Interviews
Door: Anton van Elburg, 30 juni 2021

Om bestaande bouwmaterialen opnieuw te gebruiken, zal er veel moeten gebeuren. Opdrachtgevers moeten om secundaire materialen of producten gaan vragen en bouwers moeten weten waar ze die materialen kunnen vinden en wat de kwaliteit en bruikbaarheid daarvan is. Om die match te maken, zijn digitale marktplaatsen noodzakelijk. Omdat vraag en aanbod vaak niet precies samenvallen, zijn er fysieke bouwhubs nodig om materialen die vrijkomen uit sloop tijdelijk op te slaan en eventueel te bewerken en te certificeren.

Naar de potentie van zulke bouwhubs is onderzoek gedaan in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), Schiphol, Rijkswaterstaat en de gemeente Amsterdam.

MRA Rapport Bouwhubs

Het rapport Een verkenning naar de potentie van Bouwhubs om grondstoffenverbuik te verminderen doet onder andere de volgende aanbevelingen:

  • Het toekomstig aanbod aan secundaire materialen moet goed worden gedigitaliseerd en via online bouwhubs kunnen kopers toegang krijgen tot deze informatie. Belangrijk is ook informatie over wanneer de materialen beschikbaar zijn.
  • De vraag naar secundaire grondstoffen dient te worden gestimuleerd. Dat kan door na te gaan wat de komende opgaven zijn voor nieuwbouw, renovatie van gebouwen en openbare ruimte en welke materialen daarbij nodig zijn.
  • Ontwerpers van nieuwe gebouwen of openbare ruimte moeten hun ontwerp baseren op het beschikbare aanbod van secundaire materialen.
  • Belangrijke succesfactoren voor fysieke bouwhubs zijn een kostenneutrale of positieve businesscase, en dat er een partij is die materialen keurt en een bepaalde garantie kan (en wil) geven.
  • De grootste materiaal- en grondstofstromen zijn beton, baksteen, hout, glas, kalkzandsteen en staal in de woning- en utiliteitsbouw. De materialen die in de woning- en utiliteitsbouw het meeste CO₂-impact hebben zijn staal, ijzer, beton en isolatiemateriaal.

Programmamanager Yolanda Musson van het MRA-programma Circulaire Economie was ook nauw betrokken bij het rapport. ‘Het rapport biedt de eerste bouwstenen, en deze moeten we vertalen in een advies aan de bestuurders in de MRA om te komen tot een breed netwerk van bouwhubs. Er zijn goede businesscases nodig. Hoe kunnen we slim gebruikmaken van bestaande initiatieven? Waar zijn al bouwhubs? Moet je ze permanent of tijdelijk inrichten? Al deze kwesties vragen nog veel uitzoekwerk. Er zijn veel partijen met dit onderwerp bezig en sowieso is het erg belangrijk om van elkaar te leren.’

Jeroen van der Waal is strategisch beleidsadviseur Circulair Bouwen binnen de gemeente Amsterdam, en mede-opdrachtgever van het rapport. Van der Waal deelt zijn ervaringen en licht de conclusies van het rapport verder toe.

Welk rol hebben circulaire bouwhubs binnen het inkoopproces van gemeentes?

‘Als we binnen de gemeente de materialen die vrijkomen uit eigen bouwwerken kunnen hergebruiken, hoeven we ze niet opnieuw in te kopen. Amsterdam heeft een gemeentelijke bouwhub op bedrijventerrein De Heining, waar onder andere straatstenen, bankjes, afvalbakken en fietsenrekken worden verzameld. Van gebakken klinkers kun je bijvoorbeeld zeventig procent hergebruiken. Dat scheelt veel geld en CO₂-uitstoot. Er is ook geen sprake van eigendomsoverdracht, dus juridisch is het eenvoudig. Als je meer materialen nodig hebt dan er beschikbaar zijn, kun je ook bij hubs van andere gemeentes kijken. Een probleem kan daarbij de afwijkende maatvoering van producten en materialen zijn. In het algemeen is samenwerking tussen gemeentes goed om de volumes te vergroten.’

Welke rol kunnen overheden spelen bij circulaire bouwhubs?

‘Een bouwhub is geen doel op zich, maar onderdeel van het sluiten van de keten om materialen niet te verspillen. Het is allereerst belangrijk om vraag en aanbod van secundaire materialen te stimuleren, zowel bij de overheid zelf als in de marktsector. Vervolgens komt er meer behoefte aan bouwhubs.’

Hoe stimuleer je als gemeente vraag en aanbod?

‘Het gaat vooral om de vraag, en de meeste kansen liggen daarbij in de openbare ruimte. Denk aan de vraag naar zitbanken, afvalbakken, lantarenpalen, fietsenrekken et cetera. Ik zou niet adviseren in de private gebouwenmarkt een grote rol te gaan spelen als de vraag er nog niet is. Het gevaar bestaat dat je dan een grote plek met spullen creëert, die je later weer moet afvoeren als de vraag uitblijft.’

‘Vraag kun je stimuleren door het gebruik van secundaire materialen verplicht te stellen bij een inkoopopdracht. In tenders kun je op basis van gunningscriteria opnemen dat er secundair materiaal in gebouwen gebruikt moet worden. Daar kun je een puntensysteem aan verbinden. Daarnaast kunnen overheden stimuleren dat er niet meer met de kogel wordt gesloopt, maar dat bouwwerken worden gedemonteerd en dat de materialen gescheiden worden afgevoerd. Dat kan door voorlichting over de voordelen, maar ook door het Bouwbesluit uit te breiden zodat een gemeente kan zeggen: die en die fracties móeten gescheiden worden. Nu geldt dat voor slechts enkele stoffen, zoals asbest, vanwege het gevaar dat ze opleveren. Meer kunnen we nu nog niet afdwingen.’

Hoe zorg je ervoor dat bij sloop niet alle materialen vervallen?

‘Eigen materialen moet je in eigen hand houden en niet zonder meer aan een andere partij geven. De overheid kan via de standaardbestekken regelen dat de materialen eigendom blijven van de gemeente, en wat ermee moet gebeuren. Ik hoor daar verschillende dingen over van andere gemeentes. Zij hebben materialen vaak niet in eigendom, en dat komt dan in handen van bijvoorbeeld aannemers en verwerkers.’

Hoe matchen jullie vraag en aanbod binnen de gemeente?

‘Om te beginnen: weet wat je hebt. Wat zit er bijvoorbeeld precies in de straten die je opbreekt? De strategie van Amsterdam is nu om een inventarisatie van materialen te maken die vrij gaan komen. We zijn nu bezig om de onderzoeksvraag te formuleren. Belangrijk daarbij is onder andere het detailniveau; hoe specifiek moet de informatie zijn? Maar weet ook wat je nodig hebt: wat gaat er binnen de gemeente Amsterdam de komende tien jaar gebouwd worden?’

Welke ervaringen zijn er met de kwaliteit van het aanbod van secundaire materialen?

‘Spullen als bankjes, afvalbakken, fietsenrekken en klinkers moet je schoonmaken. Rond de verwerking van gebruikt hout zien we veel nieuwe bedrijfjes ontstaan. Als de kern van een houten product nog goed is, en alleen de buitenkant verrot, kun je er nog veel reparaties op uitvoeren. Maar dat laten we aan de markt over. Een ander probleem is dat garanties op de kwaliteit van secundaire materialen lastig zijn af te geven. Bij nieuwe materialen is het duidelijk wie er verantwoordelijk is; de producent. Een bouwhub moet zelf die garanties afgeven. Dat is een nog onopgelost probleem. Het gaat vaak om spullen van meer dan twintig jaar oud. Je weet vaak niet meer waar het vandaan komt. Daarom kiezen opdrachtgevers nu vaak voor de minder kritische secundaire materiaaltoepassingen, zoals klinkers waarmee niet veel mis kan gaan. Digitale registratie van materialen in gebouwen, bijvoorbeeld met materialenpaspoorten, gaat in de toekomst meer inzicht bieden in de herkomst.’

Welke eisen gelden voor opslag en transport?

‘De gemeente heeft een rol als vergunningverlener voor terreinen waar bouwhubs gevestigd kunnen worden. Daarbij moet je goed kijken naar eventuele overlast door transportbewegingen. Het beste is om een bouwhub zo dicht mogelijk bij een bouwplaats hebben. Dat geldt zeker voor de zwaardere materialen zoals beton en staal; transport daarvan levert CO₂-uitstoot op. Ik vermoed dat die CO₂-uitstoot minder is dan de productie van de nieuwe materialen en het transport dat daarvoor benodigd is. Een locatie aan het water is vaak goed, zodat er ook aan- en afvoer per schip kan plaatsvinden.

‘Voor opslag moet je de aard van de materialen bekijken. Sommige spullen kun je in de openlucht opslaan maar andere niet, bijvoorbeeld vanwege roestvorming. Dan heb je een opslaghal nodig, wat de bouwhub duurder maakt. Vervolgens moet je de materialen goed registreren: waar ligt het? Elke verplaatsing of bewerking kost namelijk geld.’

Samengevat: Lessons learned

  • Werk zoveel mogelijk samen met andere bouwhubs, onder andere om volume te creëren.
  • Positioneer bouwhubs dicht bij bouwplaatsen en als het kan langs het water.
  • Ontwerp nieuwe gebouwen of nieuwe openbare ruimte op basis van secundaire materialen.
  • Gebruik aanbestedingen en tenders om de vraag van secundaire materialen op te wekken.
  • Materialen uit de openbare ruimte bieden de meeste kansen voor hergebruik.
  • Weet wat je hebt aan materialen en weet wat je nodig hebt.
  • Eigen materialen in eigen hand houden en niet zonder meer aan een andere partij geven.